Alles over kunst

Expo  HART Nr. 198

Lina Bo Bardi: Brazilië's best bewaarde geheim

Sofie Crabbé

Praktische info

LIMA Z.R. en B. BERGDOLL, Lina Bo Bardi, Yale University Press, New Haven en Londen, 2019; LEEPIK A. en V.S. BADER (eds.), Lina Bo Bardi 100, Brazil's alternative path to modernism, Hatje Cantz, Ostfildern, 2014; WATARI E. en The Watari Museum of Contemporary Art (eds.), Lina Bo Bardi (TOTO monografie), Toru kato, Tokyo, 2018.

Lina Bo Bardi Giancarlo Palanti. Studio d’Arte Palma 1948-1951 tot 16 februari 2020 in Design Museum Gent, Jan Breydelstraat 5, Gent. Open ma-di en do-vr van 9u30-17u30, za-zo van 10-18 u. www.designmuseumgent.be

Lina Bo Bardi (1914-1992), Italiaans-Braziliaans multitalent, zou ‘Braziliës best bewaarde geheim’ zijn. Een halve eeuw was ze een centrale figuur binnen de cultuur van Brazilië. Haar bijdrage aan disciplines als architectuur en vormgeving is aanzienlijk. In het Design Museum in Gent kan je momenteel naar een klein fragment van haar oeuvre gaan kijken. Verschillende modernistische meubels staan er uitgestald, hoofdzakelijk ontworpen tussen 1948 en 1951 en geproduceerd in de Estúdio Palma, de praktijk die ze samen met de Italiaanse architect Giancarlo Palanti had opgericht. Lina Bo Bardi is echter zoveel meer. We doken in de diverse facetten van haar invloedrijke, complexe oeuvre en troffen er visie, innovatie en onverstoorde moed, wars van het narratief waarin ze opereerde, dat een mannelijke superioriteit dicteerde. ‘Ik ben een architect. Ik kan niet doorheen muren gaan. Ik ben geen heks. Het enige wat ik met muren kan doen is ze afbreken.’

Alle rechten voorbehouden

Het is opmerkelijk hoe laat de internationale erkenning kwam. Sinds haar overlijden in 1992 vond een inhaalbeweging plaats. Met lijvige, vaak prachtig vormgegeven boeken, tentoonstellingen en de, zeer lezenswaardige, biografie van Zeuler R.M. de A. Lima, kunstenaar/architect en autoriteit als het over Lina Bo Bardi gaat.

Als architect, meubelontwerper, scenograaf, schrijver en illustrator drukte Lina Bo Bardi haar stempel op de kunst- en architectuurgeschiedenis. Na een academische opleiding architectuur in haar geboorteland Italië tijdens de Tweede Wereldoorlog, sloot ze zich aan bij het verzet, een keuze die aan de basis lag van haar begrip van architectuur als politiek en sociaal gegeven. Door haar rol in de oorlog verhuisde ze op 32-jarige leeftijd met haar man, kunstcriticus en -handelaar Pietro Maria Bardi (1900-1999), naar Brazilië – een beslissing die haar carrière diepgaand zou beïnvloeden. Ze absorbeerde en adopteerde er de inheemse cultuur, en ontwikkelde er haar compromisloze, architecturale visie die bestond uit een fusie van modernistische en vernaculaire architectuur en design; een combinatie van innovatie en een behoud van culturele tradities. Bo Bardi bracht anatomische perfectie samen met de imperfecties van het handgemaakte. Ze ontpopte zich tot een vurig verdediger van de lokale volkskunst. De kennis van ambachten en fabricageprocessen zette ze in om de natuurlijke en plaatselijke kwaliteiten van materialen zichtbaar te maken. Over haar perspectief op architectuur en vormgeving onderwees en schreef ze veel. Ruim voor de opkomst van duurzame architectuur, had ze reeds oog voor gebouwen met een minimale ecologische voetafdruk en een naadloze integratie in de omgeving. Haar architecturale taal omhelsde de sociale idealen van het modernisme. Haar architectuur en design kwamen tot stand met respect voor de mensen voor wie het bestemd was. Ze observeerde hen en ging met hen in dialoog.

Projecten in São Paulo

Lina Bo Bardi’s grootste verwezenlijkingen vinden we terug in de architectuur. Ze creëerde een van de meest iconische landmarks in Latijns-Amerika, het monumentale Museu de Arte de São Paulo (MASP) (1968). Haar devies was om geen mausoleum van het verleden te bouwen. ‘Nieuwe musea moeten hun deuren opengooien om verse lucht en licht binnen te laten,’ schreef ze in 1952. Kunst was er voor iedereen. Via een gigantische glazen façade maakt het museum connectie met de stad São Paulo en zijn inwoners. Door het museale volume acht meter boven de grond te laten zweven, ontstond een weidse, open vlakte. De architecte zocht naar vrijheid. Op alle verdiepingen koos ze voor open ruimten zonder zuilen. In de luchtige hoofdruimte hangen de kunstwerken niet aan de muren, maar staan ze dynamisch opgesteld achter mobiele, vrijstaande, glazen ‘ezels’ waardoor ze in de lucht lijken te hangen. Bezoekers moeten zich hierdoor zigzaggend doorheen de ruimte begeven. Informatie over de kunstwerken bevindt zich aan de ommezijde van de panelen, om een onbevooroordeelde blik te garanderen. In combinatie met de unieke ruimtebeleving, creëerde ze een nieuwe verhouding tussen kunst en mensen.

Foto: Ruy Texteira, courtesy: Nilufar Gallery, Milaan

In 1947 ging Bo Bardi vruchteloos op zoek naar een geschikte stoel voor het auditorium van het MASP. Het motiveerde haar om haar eerste stoel te ontwerpen. Bo Bardi koos ervoor om eenvoudig, comfortabel en makkelijk verwijderbaar/stapelbaar meubilair te ontwerpen. Op die manier slaagde ze erin om het gebruik van de bescheiden ruimte te maximaliseren. Het meubilair was modern, duurzaam, bestond uit lokale materialen en bleef trouw aan de architectuur. ‘In elk object zag ze architectuur. Ik ben er me altijd van bewust geweest en ik heb altijd begrepen dat ontwerpen voor Lina construeren betekende, net zoals in de architectuur,’ zei Pietro Maria Bardi hierover.

Vele elementen zoals het gebruik van pilotis en grootse glaspartijen, de open ruimte en de orkestratie tot in het kleinste detail, inclusief design, vinden we ook terug in haar eigen woning Casa de Vidrio (1951), haar eerste bouwkundige realisatie in de luxueuze buitenwijk van Morumbi in São Paulo. Elke zondag kookte ze er voor vrienden, intellectuelen en kunstenaars. Vandaag huisvest Casa de Vidrio haar archief. Opmerkelijk is onder andere de leefruimte die uitkijkt over een heuvelachtig landschap en een boom die in het hart van het huis groeit. De vegetatie, die anno 2019 weelderig bloeit, koos Bo Bardi zelf. We lezen er een verlangen in om in de omgeving op te gaan.

Architectuur was voor Lina Bo Bardi niet zomaar een utopie, maar een middel om bepaalde collectieve resultaten te bereiken. Een van haar belangrijkste projecten op dat vlak was SESC Pompéia (1986) in een arbeiderswijk in São Paulo, waarvoor ze een voormalige fabriek van stalen vaten restaureerde en ombouwde tot een succesvol, multifunctioneel cultuur- en sportcentrum met onder andere een ongewone theaterzaal, waarbij het podium pontificaal in het midden tussen de zitplaatsen was opgesteld. Met dit eenvoudige, assertieve architecturale ontwerp wilde ze het leven van de mensen verrijken. SESC Pompéia is een baken binnen het brutalisme dat opvalt door de aanwezigheid van kolossale luchtbruggen, een schoorsteenvormige watertoren en wolkvormige raamopeningen die voor een continue ventilatie zorgen. Lina Bo Bardi noemde het volledige complex een ‘Cidadela’ – waarmee ze haar wens uitdrukte om een plaats van hoop te creëren die de stad beschermt. SESC Pompéia vormt een krachtige uitdrukking van de alomvattende ontwerpfilosofie van Lina Bo Bardi. Ze creëerde er niet alleen de gebouwen, maar ook de meubels, signalisatie, ijskramen, posters en kledij van de werknemers. Voor de opening regisseerde ze zelfs de muziek en het menu.

Lina Bo Bardi ging op zoek naar de echte betekenis van openbare gebouwen. Dit zien we ook in het Oficina Theater in São Paulo (1989) dat ze bouwde nadat het theater was vernield door een brand. Met de overblijfsels van het bestaande gebouw ontwierp ze een nieuw theater dat bestond uit een 9 m. brede en 50 m. lange, licht oplopende straat – inclusief bomen en een fontein – waar de acteurs speelden. Een traditioneel podium was afwezig. Vanop een stellage kijken toeschouwers neer op het podium, wat voor een zeer merkwaardig perspectief zorgt. De toeschouwers lijken wel acteurs. Het elimineren van grenzen tussen het toneel en de realiteit, het theater en de stad stond centraal. Door haar nauwe betrokkenheid bij het theater was Lina Bo Bardi bijna een lid van het theatergezelschap. Vaak citeerde ze Walter Gropius’ woorden ‘architecten moeten het theater observeren’.

Zaalzicht Lina Bo Bardi Giancarlo Palanti - Studio d’Arte Palma 1948-1951 © Filip Dujardin

Arquitetura pobre

Tussen 1958 en 1963 leefde Lina Bo Bardi in Salvador, de hoofdstad van Bahia, een noordoostelijke deelstaat van Brazilië. Salvador is een van de armste Braziliaanse steden en kent een van de grootste Afro-Braziliaanse populaties. Deels door deze ervaring, zag Bo Bardi Brazilië als een ‘kinderlijk’ en ‘naïef’, maar karaktervol land. Cruciale termen in haar denken zijn ‘gelukkig’, ‘eenvoudig’ en ‘arm’. Vandaag komt deze terminologie wat neerbuigend en neokoloniaal over. Ook al ontstond ze uit een diepe sympathie voor lokaal, ‘populair’ handwerk dat ze tot kunst wilde verheffen – niet zozeer vanuit een folkloristische romantiek, maar als een experiment in vereenvoudiging. Dit komt onder andere tot uiting in haar restauratie van het Museu de Arte Moderna da Bahia (MAM-BA), gehuisvest in een 16de-eeuwse, koloniale residentie. Bo Bardi was er directeur en cureerde er enkele tentoonstellingen. Ze heropende het museum als Solar do Unhão - Museu de Arte Popular (1963). Ze was de curator van de openingstentoonstelling Nordeste (Noordoosten) en spitste er zich toe op handwerk gemaakt door ‘gewone mensen’ van Bahia, zoals keramiek en textiel. Door een staatsgreep en bezetting van het museum door het leger in 1964, kon ze haar finale plannen zoals de bouw van een onderzoekscentrum en een school voor industriële kunsten weliswaar nooit verwezenlijken. Door financieringsproblemen is het gebouw vandaag terug een museum voor moderne kunst en vervoegt dit verhaal zich bij de vele ongerealiseerde architectendromen.

Gelijktijdig met de Italiaanse kunstbeweging arte povera (arme kunst), rechtvaardigt Bo Bardi’s werk zich in termen van arquitetura pobre (arme architectuur). Ze zocht naar een eenvoudige architectuur, een verwijdering van alle niet noodzakelijke elementen. Tegelijkertijd ging ze een symbiose aan met de lokale natuur en cultuur, ze beoogde een ‘onmiddellijke communicatie met het ‘monumentale’ verleden. Arquitetura pobre zocht naar een soort identificatie met armoede. Op Bo Bardi’s schetsen voor het reeds vermelde MASP, tekende ze bijvoorbeeld kinderen, wat we kunnen lezen als een indirecte verwijzing naar de economisch minder krachtige bevolkingslaag. Arquitetura pobre was een belofte voor een vrije toekomst, die samen met de wetenschappelijke verwezenlijkingen, de waarden van een geschiedenis vol ontberingen en poëzie wilde vrijwaren.

In lijn met deze filosofie ontwierp Bo Bardi in opdracht van broeders van de orde van de Franciscanen de Santa Maria dos Anjos-kapel (1978) in de arme residentiële buurt Ibiúna aan de rand van São Paulo en de Espírito Santo do Cerrado-kerk (1982) in Minas Gerais – inclusief leefvertrekken voor drie nonnen. Het gaat om twee bescheiden architecturale constructies. Bo Bardi gebruikte eenvoudige materialen en een minimale vormgeving. Voor de kerk creëerde ze een opmerkelijke stoel in de vorm van een lessenaar; een meubelstuk dat ze later ook in de kapel integreerde.

Kijkend naar haar oeuvre en haar tomeloze interesse in de mens, zijn gedrag en zijn cultuur, was Lina Bo Bardi misschien wel in de eerste plaats een cultureel antropoloog. Als een immigrant in Brazilië werd ze één met de lokale bevolking, wat leidt tot een doorleefde, radicale artistieke erfenis.