Alles over kunst

Expo  HART Nr. 199

Groetjes uit Molenbeek in Brugge

Pieter Van Bogaert

Praktische info

Needcompany en William Forsythe, Groetjes uit Molenbeek tot 26 januari 2020 in Poortersloge, Kraanlei 19, Brugge. Open di-zo van 13-18 u. www.decemberdance.be

Needcompany is curator van December Dance in Brugge en pakt daar ook uit met een overzicht van het beeldend werk ontstaan binnen het gezelschap. Jan Lauwers, Grace Ellen Barkey, Maarten Seghers en OHNO COOPERATION tonen er nieuw en ouder werk en nodigen ook William Forsythe uit voor een interventie.

Grace Ellen Barkey, Mozaïk, 2019, bladeren, foto Phile Deprez

Groetjes uit Molenbeek, dat is de titel van de tentoonstelling, is een presentatie voor de fans. Ook al zagen de échte fans al veel van dit werk eerder in Strombeek, in Bozar of (voor de hardcore fanatiekelingen) in Sjanghai. Uit die Chinese tentoonstelling komen de meest monumentale stukken: de tekeningen op grote flightcases, het kamerbrede Rubenstapijt of de instabiele sculpturengroep met de tijgerhoofden. Ook het beeld van de lachende Chinese bedelaar aan de ingang komt van daar. De video’s van de OHNO COOPERATION waren eerder te zien in Strombeek of op de website. Nieuw zijn de aquarellen die Jan Lauwers meebracht van verschillende reizen en de installatie van Grace Ellen Barkey met beelden (foto’s, video’s, assemblages) uit haar tuin.

Groetjes uit Molenbeek heeft iets van een speeltuin. Het geeft een inkijk in de wereld van de theatermakers. Het heeft iets kwetsbaars: van vallen, opstaan en weer doorgaan. Soms is dat gespeeld, zoals in het zoeken naar evenwicht tussen de sculpturen met de tijgerkoppen. Soms is het bestudeerd, zoals in de tekeningen die zo academisch gemaakt zijn dat de individuele kunstenaar erin verdwijnt. Soms is het doelbewust gezocht, zoals in de gebroken flightcase van Beuys of in de flightcases in de tuin van het Poortershuis, die daar twee maanden lang in weer en wind de Brugse winter moeten doorstaan. Of ook gewoon: door te tekenen op de onbeschermde buitenkant van de flightcase en de tekening niet te bewaren aan de binnenkant. Soms heeft het iets fragiel, zoals de aquarellen met de begeleidende tekst er in potlood bijgeschreven op de muur, alsof het allemaal tussendoor gebeurt. En in de manier waarop de kunstenaars zelf zich blootgeven als fans van Beuys, Bowie, Disney, Dürer, Forsythe of Rubens zit natuurlijk ook iets ontwapenend.

Fan. Dat komt van ‘fanatic’. Niet loslaten. Blijven doorgaan. Dat geldt voor de fan die een idool volgt of zich spiegelt aan iemand die iets kan wat jij niet kan (en dikwijls: wat je zelf wil kunnen). Maar dat geldt net zo goed voor de kunstenaars die ongeremd blijven experimenteren in hun zoektocht naar de schoonheid.

Schoonheden

Schoonheid. Het grote woord is eruit (eat this, Peter De Roover!). Dat is wat deze kunstenaars drijft. En dat komt in veel verschillende vormen. Voor Jan Lauwers is dat het in vraag stellen van het metier, van het ego, van de kunstenaar als individu. Langs daar komt hij uit bij het opgaan in de groep, in een mix van stijlen (of van nationaliteiten zoals bij de Needcompany). Schoonheid zit dan in het brengen van diversiteit. Voor Grace Ellen Barkey is schoonheid alleen maar mooi als ze vergankelijk is. Dan pas schrijft ze geschiedenis.

Diversiteit, dat zit er zeker in. Dat gaat van de nogal platte kolder van OHNO COOPERATION (de ode aan de nar die alles mag zeggen, maar die hier eigenlijk niets meer te vertellen heeft), over de reisaquarellen als snapshots van Jan Lauwers tot de poëtische en zelfs erotische beelden van Grace Ellen Barkey. Dat maakt het meteen ook een zeer wisselvallige presentatie met evenveel hoogte- als dieptepunten.
Het contrast met William Forsythe is groot. Dat is nog eens een fanatieke kunstenaar, die eigenzinnig blijft zoeken naar de fundamenten van de dans. Aan de ene kant leidt hij je op een meesterlijke manier doorheen de elementen van zijn taal, om je onmiddellijk daarna volledig verloren te laten lopen in een onmogelijke praktijkoefening.

Laat die danspraktijk dan toch maar over aan de dansers uit zijn gezelschap, denk je dan. Zoals in Alignigung, de voorstelling van Forsythe tijdens de openingsavond van December Dance, gebracht door twee kneedbare, in en uit elkaar glijdende mannenlichamen als een bewegende sculptuur en een rondhuppelende nar als contrapunt. Ik voel me als een koning in zijn kamermuziekzaal, genietend van die sublieme schoonheid.

Maar dan had ik Probabilities of Independent Events nog niet gezien, de nieuwe voorstelling van Grace Ellen Barkey, gemaakt met de tweedejaarsstudenten van de dansopleiding aan het Antwerpse conservatorium en het Needcompany-orkest. Dat is pas een voorstelling voor de fans! Een feest! Met een aaneenschakeling van popsongs van Queen tot Bowie, Tina Turner of Frank Zappa. Het metier komt hier van de studenten, het contrapunt van de oude rotten – de narren – in het orkest. De dramaturge van Needcompany, die voor de gelegenheid haar plaats inneemt op de scène, trekt het geheel op gang en blijft dat doen met bravoure doorheen de voorstelling. Puur plezier. Gemaakt in tien dagen tijd. Gewoon tussendoor. Zo gaat dat bij Needcompany.

Wist u trouwens dat de aanloop naar Needcompany heel lang geleden werd gegeven door het Epigonentheater ZLV (en ik heb altijd begrepen dat die laatste letters staan voor Zonder Leiding Van)? En een epigoon, dat is natuurlijk een imitator, een navolger. Een fan! Wat anders?