Alles over kunst

Inzicht

Expo

De onderbroek van Hitler

Steirischer Herbst in Graz
Pieter Vermeulen

Praktische info

Steirischer Herbst, 19 september tot 13 oktober in Graz, Oostenrijk. steirischerherbst.at

Ik verblijf in het Parkhotel te Graz, een luxueus onderkomen waarvan de grandeur teruggaat tot de jaren ‘30. Adolf Hitler kwam er ook, in 1938, een kleine maand na de Oostenrijkse Anschluss. Hij vergat er zelfs zijn onderbroek, een witte linnen short waarop het monogram A.H. geborduurd staat. Het obscene memorabilium werd een paar jaar geleden geveild voor meer dan 6000 dollar ‒ netjes gewassen uiteraard. Zou de anonieme koper het een speciale plek in huis hebben gegeven, als een dankbare conversation starter voor als er bezoek is? Zou het ingekaderd zijn, of zou het ergens achteloos op een kast liggen, in een vitrine, of op een sokkel, als een macabere ready-made?

Ik zit in de lobby van het Parkhotel en observeer met argusogen het indrukwekkende interieur: de sofa’s van groen velours, de marmeren vloeren, gouden omlijstingen, het zware Biedermeier meubilair. Is dit dus de stijl die de Führer ook behaagd moet hebben? Zou hij in dezelfde dampende spa hebben gezeten? Ook als ik bij het copieuze ontbijtbuffet sta kan ik me niet van de gedachte ontdoen. Ik laat mijn hand over een glanzend dressoir glijden en denk aan wat men wel eens zegt, dat beschaving een dun laagje vernis is. Het verweert bij een tekort aan zorg. Ik wil plots naar buiten en graai nog een appel mee uit een mand bij de receptie waarop staat Frisch, saftig, Steirisch. De herfst is het oogstseizoen in Steiermark, de tijd van het fruit en de wijn. De vruchten zien er allemaal netjes hetzelfde uit, producten als het ware.

Ekaterina Degot, steirischer herbst ’19 Opening Speech, Landhaushof Graz Foto: Mathias Völzke

Grand Hotel Abyss, zo heet Steirischer Herbst ‒ het oudste kunstenfestival van Europa ‒ dit jaar. Ekaterina Degot treedt voor de tweede keer op rij op als directeur, geflankeerd door een vijftal curatoren (waaronder haar sparring partner David Riff). Haar projecten zijn doorgaans historisch gestoffeerd, politiek geladen en humoristisch getint. De Russische Degot opent het festival met een scherpe speech waarin ze zich afvraagt of het weinig gastvrije Grand Hotel Europa niet gebouwd is op de rand van de afgrond. De beeldspraak heeft ze van de Hongaarse marxist György Lukács, die de intelligentsia verweet te logeren in zo’n hotel, waarbij “de dagelijkse contemplatie van de afgrond tussen voortreffelijke maaltijden of artistiek vermaak” alleen maar bijdraagt tot het genot van het aangeboden comfort. Linkse denkers en salonsocialisten zette Lukács daarmee weliswaar voor schut, maar hij stelde ook een cruciale vraag: wat te doen (in het Russisch: chto delat)? Volstaat het wel om kritisch te denken? Degot doet er in haar toespraak graag nog een schep bovenop en schuwt de onderbroekenhumor niet:

why not ask if you can actually pee in Duchamp’s pissoir? A civilized person knows, of course, that he cannot; unless, of course, it is Maurizio Cattelan’s golden toilet (America, 2016), which was actually built for men and women alike to pee in, keeping in mind the reference to Duchamp's pissoir while at the same time experiencing the thrill of transgression. Is this not the Grand Hotel Abyss for you?

Deze editie van Steirischer Herbst gaat over de mogelijkheid van genot en plezier in zorgwekkende tijden. En welke plek is daarvoor geschikter dan Graz, waar men van de ondergang van het avondland kan genieten met een glaasje Sturm in de hand? Waar joie de vivre en ennui zo opmerkelijk dicht bij elkaar liggen? Ook de timing kan beslist niet beter. Sinds mei is Oostenrijk in de ban van Ibiza-gate, een politiek schandaal dat de extreem-rechtse FPÖ (Freiheitliche Partei Österreichs) en de regeringscoalitie rake klappen heeft toegebracht, met vervroegde verkiezingen volgende week. Ondertussen gaan miljoenen wereldwijd de straat op om de klimaatcrisis aan te klagen. Zo’n historisch momentum, het is een geschenk voor een festival als Steirischer Herbst. Maar heeft de kunst ook dezelfde urgentie?

Apple from The Collection of Wax Fruit modeled by Father Constantin Keller. photo: Amelie Brandstetter

Tentoonstellingen, performances, interventies en voorstellingen zijn verspreid over de hele stad. Graz beschikt over een enorme culturele infrastructuur, en het festival maakt daar dankbaar gebruik van. In het barokke Palais Attems wordt de huisstijl van het festival voorgesteld, ontworpen door Grupa Ee met knipogen naar bourgeois esthetiek en Biedermeier-ornamenten. Op de eerste verdieping zie ik een onooglijk kleine installatie, een reeks van wassen appels gemaakt tussen 1815 en 1840 in het benedictijnenklooster van Admont onder toezicht van pater Constantin Keller. Ze lijken op die van het Parkhotel, alleen iets minder frisch en saftig. En minder uniform, want naast de verschillende kleuren, vormen en maten zijn de reproducties inclusief kurkstippen en verkleuringen ‒ cosmetische imperfecties die de huidige Stiermarkse fruitteelt niet langer tolereert. Wassen appels uit de 19de eeuw, moet het nog veel politieker worden?

Op de openingsavond presenteert kunstenaarsduo Elmgreen & Dragset hun Echte Grazer Bernhardkugeln, gemodelleerd naar de fameuze Oostenrijkse Mozartkugeln. Daarvoor hebben ze de lagen van het suikergoed (pistache marsepein, nougat en pure chocolade) omgekeerd en Mozart vervangen door de grote schrijver Thomas Bernhard, die Graz ooit omschreef als een “geesteloze en cultuurloze riool die zijn indringende stank over heel Europa verspreidt”. Of de bonbons tenminste lekker smaakten, kan ik u niet vertellen: ik lust geen snoep. Verder was de Opening Extravaganza voor mij iets te veel van het goede: te veel mensen, te veel performance en te veel wijn.

Gernot Wieland, Past, Present, Present, Past, 2019, lecture-performance, Congress Graz. photo: Mathias Völzke

Een uitzondering daarop is Gernot Wieland, die meer weet te doen met minder. Zijn performatieve lezing Past, Present, Present, Past is een fantastische reis door het oude continent en een poëtisch-komische vertolking van de getroebleerde Oostenrijkse identiteit. De toestand is hopeloos maar niet ernstig, zoals eerder over het Habsburgse rijk werd gezegd. Langs vele narratieve omwegen en bochten komen we Kafka tegen, Jona en de walvis, Marx, Freud en Romy Schneider, afgewisseld met anekdotes uit Wielands eigen verleden waar hij feit en fictie in elkaar laat overlopen. Zijn lezing en bijhorende diagrammen zijn doordrongen van een soort humor die ook België niet vreemd is.

In andere werken ligt de politieke laag er veel dikker op, en soms is dat zo slecht nog niet. Bij Jeremy Deller bijvoorbeeld, van wie de nieuwe video Putin’s Happy getoond wordt in het Künstlerhaus - Halle für Kunst und Medien. Het werk is een confronterende en ontnuchterende reality check over de Brexit-onderbuik van Londen. Ook zijn kenmerkende textielen banners zijn te zien, met daarop onder meer: You can fool some people sometimes / But you can’t fool them all the time. Naast Deller een sterke film van de Sloveense Jasmina Cibic, die vertrekt van het gerucht dat het Künstlerhaus een geschenk zou zijn geweest van de Britse bezettingsmacht. Een intrigerend verhaal over soft power en Trojaanse paarden.

Jeremy Deller, Putin's Happy, 2019, film, Künstlerhaus, Halle für Kunst & Medien. photo: Mathias Völzke

Nog een politiek werk dat u niet mag missen is dat van Oliver Ressler, dat eerder op Documenta te zien was en nu in het Kunsthaus Graz. Vergeet de andere tentoonstelling en loop direct naar boven, waar in grote letters op de ramen staat Was ist Demokratie?. In een sobere installatie met meerdere video’s laat Ressler verschillende activisten en analisten aan het woord over de representatieve democratie, haar uitdagingen, frustraties en gebreken. Benieuwd naar de verkiezingsuitslagen.

Intussen is het al na de middag en ik zit nog steeds in de kamer van mijn hotel met uitzicht op het park. Hoog tijd om me tegoed te doen aan de vele guilty pleasures van Graz, en het festivalprogramma verder af te schuimen. Morgenmiddag moet ik Michiel Vandevelde nog zien spreken, de enige Belg op Steirischer Herbst, om kort nadien weer de vlucht te nemen naar Brussel. Natuurlijk wel uitkijken dat ik mijn onderbroek niet vergeet.

Lees hier het tweede deel van het verslag.