In Memoriam Isi Fiszman

Gepubliceerd op: 23 January 2019
In diepe droefenis schrijf ik u, verre lezer, in een wereld die mij steeds vreemder toeschijnt en leger, over oude zaken die zich immer blijven vernieuwen, zoals de kunst en de dood. ‘Dankzij de dood blijft de wereld eeuwig jong en fris,’ schreef Marcus Aurelius tot zichzelf (in een wereld die nog geen lezers kende). Wist hij veel dat de wereld steeds ouder zou worden en grijzer, vuiler, kaler, grover, platter, dommer, lelijker en onwelriekender.
 
Hans THEYS
 
En nu is ook Isi Fiszman verdampt.
Twee uur nadat ik de voorbije zaterdag een ontroerende dag pratend en wandelend met hem heb doorgebracht, is hij ingeslapen en niet meer wakker geworden.
 
Verschil
Velen weten niet wie Isi Fiszman is of was, ook al maken ze deel uit van de Belgische kunstwereld die onder meer dankzij hem gekenmerkt wordt door een buitengewone verscheidenheid en radicaliteit. Hij was een verzamelaar die ertoe deed, die het verschil maakte, die het verschil mogelijk maakte door een radicale galerie als Wide White Space volop te steunen door bij vrijwel elke tentoonstelling een werk te kopen, door Huis A te financieren, door Pour te financieren, door tal van kunstenaars de mogelijkheid te geven onverstoord te werken, door hen de toestemming te geven te doen wat ze wilden doen, te zijn wie ze wilden zijn.
Vanaf de vroege jaren zestig was hij de eerste verzamelaar van het werk van Joseph Beuys, Marcel Broodthaers, Panamarenko, Hugo Heyrman, Bernd Lohaus, Daniel Buren, Carl Andre, James Lee Byars en vele anderen, die toen nog niet de beroemde kunstenaars waren die we vandaag kennen uit boeken en slecht gemaakte tentoonstellingen, maar mensen die anders in de wereld wilden staan. De laatste decennia ondersteunde hij kunstenaars als Angel Vergara en Lise Duclaux.
Tijdens de opening van een tentoonstelling in de Wide White Space bood hij Anny De Decker aan bokalen van Broodthaers te kopen als hij ze meteen kapot mocht gooien. Broodthaers verklaarde zijn artistiek geweten tijdelijk op te heffen en gaf toestemming de bokalen te laten vallen, op voorwaarde dat Isi hem de scherven terug zou bezorgen. En met die scherven maakte Broodthaers een van zijn mooiste werken: ‘Machine à poèmes’, dat hij aan Isi heeft geschonken.
Deze anekdote toont dat een verzamelaar belangrijk kan zijn als hij de geest van iemands werk begrijpt. Panamarenko vertelde mij eens dat hij met Broodthaers stond te praten tijdens een vernissage in de Wide White Space, toen een keurige dame Marcel kwam feliciteren met een vergiet dat gevuld was met eierschalen. Marcel liep naar het vergiet, plantte zijn vuist in de sculptuur en vroeg haar: ‘En nu? Vindt u het nu nog mooi?’
 
Warhol
Wie weet vandaag nog dat kunstwerken iets anders kunnen zijn dan verkoopartikelen, decoratieve opsmuk of tot ‘beelden’ en ‘betekenissen’ gereduceerde excuses voor pseudo-intellectueel gezemel? Welke museumdirecteur in ons land geeft blijk van enig inzicht in hun tegelijk poëtische en politieke kracht? Ik zie daar niets van. Tentoonstellingen zijn lelijk, samengeraapt, onzinnig, beschamend. Echte nieuwsgierigheid, naar de dingen zelf, lijkt niet meer te bestaan. De instituten hebben het echte, oude plastische denken opgeslorpt en spuwen het traag en ontdaan van smaak weer uit.
Anders was het met Isi, die Warhol in New York bezocht en hem vroeg welk werk hij het moeilijkst kon verkopen. ‘Most Wanted Men’, antwoordde Warhol: een van zijn prachtigste, poëtisch-politieke werken. En dan kocht Isi dat.
In het S.M.A.K. bevindt zich een topwerk van Carl Andre, bestaande uit betonijzers die Andre in Nederland uit een gesloopt gebouw heeft gered. Uniek. Krachtig. Radicaal. Ongekuist minimalisme. Voor de helft eigendom van Isi Fiszman en voor de helft van wijlen Konrad Fischer.
Ook mij heeft Isi toestemming gegeven om te bestaan en te zijn wie ik was. Niet door iets van mij te kopen, maar door naar mijn toneelstukken te komen kijken, mijn teksten te lezen en samen met mij te wandelen door het Zoniënwoud, pratend over Jacques Monod en ‘Le Hasard et la nécessité’ (1971), de passage in ‘The Damned’ waarin de grootindustrieel geld in de schaal legt en zo het lot van de Joodse gemeenschap bezegelt, of over zijn papa die, op de vlucht voor de nazi’s, toen Isi vier jaar oud was, in Congo is overleden.
Isi schonk zich aan anderen, omdat hij zelf achtergelaten was in het donker. Hij zocht naar het licht. Hij droomde en hoopte. Hij wilde niet verzaken of opgeven.
 
De wereld veranderen
Toen ik hem anderhalf jaar geleden voor de camera interviewde over Huis A, vertelde hij dat hij soms de enige toeschouwer was, samen met Jef Cornelis. “Je was alleen?” vroeg ik. “Ja,” zei hij. “Maar waarom deed je het dan?” vroeg ik. En toen viel er een lange stilte.
“Omdat ik dacht dat we de wereld gingen veranderen,” zei hij.
Mijn wereld heeft hij in ieder geval veranderd. Al was het maar in mijn dromen.
 
Montagne de Miel, 10 januari 2019

Praktische Info

Geen praktische info beschikbaar.

Keywords