Alles over kunst

Expo  HART Nr. 201

Nikita Kadan in Galerie Transit Mechelen

Sam Steverlynck

Praktische info

The Beautiful Colonizer, tot 15 maart in Galerie Transit, Zandpoortvest 10, Mechelen. Open vr-zo van 14-18 u. of op afspraak. www.transit.be

De jonge Oekraïense kunstenaar Nikita Kadan – die in 2011 nog de prestigieuze PinchukArtCentre Prize in de wacht sleepte – werkt wel vaker rond de communistische overheersing van zijn geboorteland en de historische amnesie na de val van het regime. Dat is voor zijn derde solotentoonstelling bij Galerie Transit niet anders.

Nikita Kadan, Poet II, 2020, olieverf op doek

Met The Beautiful Colonizer stelt hij zich de vraag of het communistische bewind nu eigenlijk een vorm was van imperialisme of kolonialisme. Het werk waarnaar de expo vernoemd is, toont een foto van een Afrikaanse sculptuur die een Portugese kolonisator afbeeldt op wiens pet hij de communistische ster heeft toegevoegd. Voor een andere reeks herneemt hij kubistische stillevens van de Oekraïense avant-garde kunstenaar Vasyl Yermilov waarboven hij telkens een pasfoto kleeft van zichzelf, genomen in een fotocabine. De oorspronkelijke werken zijn verdwenen en daarom heeft hij die hernomen als een scan op aquarelpapier dat hij in grijze aquarel heeft overschilderd. Als een soort droomsequentie.

Zijn fascinatie voor avant-gardekunst keert vaker terug – al dan niet in contrast met de officiële agitprop staatkunst. Zo toont hij twee grote olieverfschilderijen van een close-up van een heroïsch monument voor een soldaat – uiteraard genomen vanuit kikvorsperspectief. Daarop heeft hij, alsof het een collage is, een kleiner portret geschilderd dat de Oekraïense kunstenaar Boris Kosarev maakte van Picasso. Kadan herneemt soms monumenten die vanaf 2014 volgens de zogenaamde ‘decommunisatiepolitiek’ werden afgebroken. Alleen beeldhouwwerken van jonge partizanen, die hij hier ook weergeeft in half vernietigde staat, blijven nog over in de openbare ruimte – als karige getuigen van die bewogen periode.
In de tentoonstelling is ook – wat op het eerste gezicht wat verrassend lijkt – een bestaande video te zien van de grootste rave party in Oekraïne in een gigantische vervallen industrieel complex – een werk van Yarema Malashchuk en Roman Himney. Er wordt wild gedanst tot de zon opkomt en de feestneuzen wat verloren door de ontwakende stad dolen – wat dan weer een andere vorm is van amnesie. Naast de video toont Kadan een houtskooltekening van een van de ravers – met kenmerkende grote pupillen – en van een man met een bivakmuts. Beiden zijn exponenten van subculturen: de eerder internationaal georiënteerde rave-cultuur versus een extreemrechtse toortsenmars. Het is een verderzetting van Kadans spel van contrasten dat door heel deze expo loopt en slingert tussen verleden en heden, officiële staatskunst en avant-garde, nationalisme en internationalisme. Hoewel de keuze van zijn thema’s coherent is, komt zijn techniek van het uitspelen van tegenstellingen na een tijdje wel wat over als een formule. En dat is, gezien het fascinerende onderwerp, best jammer.