Alles over kunst

Expo

Making my Past Van Michel Buylen in Mudel

Marc Ruyters

Praktische info

Michel Buylen, Making my Past, tot 12 september 2021 in Mudel, Lucien Matthyslaan 3-5 Deinze. Open di-vrij van 14 tot 17u30, za-zo van 10 tot 12 en van 14 tot 17 u. Reserveren via museum@deinze.be
De catalogus kost 49,50 euro.
www.mudel.be

Zijn werk kent veel voor-, maar ook tegenstanders. De vraag is: wie kijkt goed en wie niet? Dat is de hamvraag bij elk oeuvre. Bij Michel Buylen stelt zich dat pertinent.

In het Museum van Deinze en de Leiestreek (Mudel) loopt tot 12 september de tentoonstelling Making my Past van de Gentse beeldend kunstenaar Michel Buylen (1953). Ze biedt tekeningen en vooral schilderijen die Buylen de voorbije veertig jaar heeft gemaakt. Eerst werkte hij met inkt en kleurpotlood (enkele werken in dat genre zijn te zien), in 1986 schakelde hij over op acrylverf op paneel.
Zoals de titel suggereert is Michel Buylen een hedendaags kunstenaar, maar denkt hij graag in het verleden, met een groot respect voor de Vlaamse, Engelse en vooral Franse Oude Meesters. Buylen schildert portretten, marines, stillevens, landschappen, fauna en flora, naakten, in wat op het eerste gezicht ‘fijnschilderen’ of hyperrealisme lijkt. Maar elk werk, in welk genre dan ook, draagt vaak een shift in zich, door net van dat realisme af te wijken, met het toevoegen van een detail, vaak in goudverf. Buylen plaatst een naakt lichaam graag in een landschap of waterpartij, waarbij het ene niks met het andere te maken heeft, maar net door die combinatie ontstaat er een zeker onbehagen, een beladen sfeer.
Buylen is een observator van de kleinste details: een schelp of waterbubbel in het zeewater dat aanspoelt, een puistje of moedervlek op de huid van een naakt, ‘the eye of the beholder’ in een portret. Hij kiest voor de schoonheid van de imperfectie. Buylen vertrekt altijd van een foto, op zich al een bewerkelijk gegeven, en zorgt dan in zijn schilderproces voor een doorgedreven transformatie. Van Eyck-specialist Maximiliaan Martens (Ugent) schrijft in de catalogus: ‘Het schilderij is niet zomaar een doorgedreven mimesis van de oorspronkelijk gefotografeerde werkelijkheid. Die nieuw gecreëerde realiteit wordt door wie niet de moeite doet of niet in staat is om nauwkeurig te observeren, al te makkelijk met het vermeende vertrekpunt verward. Dat laatste is dan nog niet eens bekend, want de kunstenaar heeft zijn werkfoto’s nooit geëxposeerd.’
Een opmerkelijk fenomeen is hoe Buylen water schildert: een oprijzende golf, het rimpelen van een vijver, het water in een zwembad. Ik heb er nooit vat op gekregen, maar Martens verwoordt het eenvoudig: ‘Buylen beseft, net als Van Eyck, dat water enkel vormelijk gedefinieerd kan worden door de optische refractie van licht en de reflectie van omgevingsobjecten.’

In de doorwrochte hoofdtekst in de catalogus voegt ex-KMSKA-directeur Paul Huvenne daar aan toe: ‘Ik hoef Michel Buylen niet te vragen wat hem bezielt om in de eenentwintigste eeuw nog te schilderen met de precisie van de maker van het Lam Gods. Zijn werk beoogt een andere werkelijkheid. Buylen is hedendaags, alleen al daardoor is zijn kunst fundamenteel anders van aard. Maar hij schuwt de traditie niet.’
Buylen is een romanist, afgestudeerd aan Ugent, en als kunstenaar een autodidact, hij volgde geen kunstacademie. Maar zijn kennis van de kunstgeschiedenis en de literatuur, met een grote voorliefde voor de Franse variant, is fenomenaal. Dat vormt de esthetische en ideologische basis van zijn oeuvre. Het naakt is daarin een belangrijk existentieel gegeven, zoals het dat in de hele kunstgeschiedenis was. In het boek ‘Michel Buylen’ schreef ik in 2004: ‘Toen Buylen rond 1985 met zijn ‘bloten’ begon wou hij absoluut dat existentiële beklemtonen. Een zin die hem toen sterk beïnvloedde was van Stéphane Mallarmé, “la chair est triste, hélas!”. Dat refereert aan de gedachte: het bloot is de existentiële ervaring waarmee de toeschouwer bewust wordt van zijn eigen eindigheid.’

Als criticus had ik het vaak moeilijk met die vele naakten en bloten, zeker in de opdrachtportretten die hij geregeld maakte en maakt. Niet uit pudeur, maar om de keiharde metaforische zeggingskracht. Ik besef meer en meer dat dit aan mezelf ligt, en niet aan de kunstenaar. Buylen is een beredeneerd, soms uitdagende virtuoos die de rollen omdraait: zie ik wat jij ziet? Om nog eens Paul Huvenne te citeren: ‘Buylen schildert met grote argwaan voor excentrieke effecten waarop mode en hypes drijven. Die leiden ons immers af vanm wat we echt zouden moeten zien.’

Ondergetekende volgt het oeuvre van Michel Buylen al dertig jaar. De kunstenaar heeft een kleine, maar koppige kring van bewonderaars en verzamelaars, maar in de bredere kunstscene is hij nooit echt doorgebroken. Zoals Paul Huvenne het raak omschrijft: ‘Michel Buylen heef zijn oeuvre opgebouwd op een moment dat de musea voor hedendaagse kunst door de pleinvrees van hun curatoren voorbij zijn gegaan aan een complete generatie modernen die niet in hun conceptuele vertoog pasten.’ Dat is schilders als Jan Vanriet, Fik Van Gestel, Karel Dierickx en vele anderen ook overkomen. Misschien moet daar eens over nagedacht worden.

Michel Buylen, l’état premier, 2014, (45 x 41,5 cm), acrylics on panel, courtesey de kunstenaar
Michel Buylen, Se coigner, se parfaire, 2002, (37 x27 cm), acrylics on panel. Courtesey de kunstenaar
Michel Buylen, Fred is een landschap, 2009, (33 x 18 cm), acrylics on panel. Courtesey de kunstenaar.