Alles over kunst

Expo

Juan Pablo Plazas en Angyvir Padilla bij CENTRALE

Jasper Delva

Praktische info

Juan Pablo Plazas, From G to B to K and C (Katelijne, Catherine, Kairos and Cairo), tot 21 november 2021, CENTRALE.lab, Brussel, www.centrale.brussels

Angyvir Padilla, Home contains us and is within us # Ste Catherine 13, tot 21 november 2021, CENTRALE.vitrine, Brussel, www.centrale.brussels

Het hoofdgebouw van CENTRALE for contemporary art wordt verbouwd maar dat leidt niet tot stilstand bij het Brusselse kunstencentrum. In het CENTRALE.lab, de labo en exporuimte die gebruikt wordt voor onderzoek en talentontwikkeling, loopt From G to B to K and C (Katelijne, Catherine, Kairos and Cairo), een in-situ-installatie in wording van de in 1989 geboren Colombiaanse Juan Pablo Plazas. Zijn installatie bevat werken van collega-kunstenaars en gaat in op de specifieke architectuur van de ruimte. Eén van de artiesten die deel uitmaakt van dit proces van delen en uitwisselen is Angyvir Padilla, recentelijk gedeeld winnaar van de Prijs van de Vrienden v/h S.M.A.K. 20-21. In de CENTRALE.vitrine toont zij Home contains us and is within us # Ste Catherine 13.

De expo van Plazas neemt de boven- en benedenverdieping van het kleine CENTRALE.lab in. Boven hangen drie houten wanden. Bij binnenkomst vallen meteen de in de muur gegraveerde woorden op: ‘I found a wall in the bin and threw it into another bin. I found the same wall in the bin and hung it on another wall’. Daaronder hangen op één van de houten wanden onderdelen van een groene stoel, wit papier en, effectief, een stuk muur van rode baksteen. Rechts ervan staat een bed met pluche, roze dekbed en daarop een lang, bruin stuk tape met een grijze, eveneens pluche bol ernaast. Een nachtlampje en een leren kussen aan de muur geven het geheel een intieme, slaapkamerachtige sfeer.

Beneden lijkt het of een deur gesneden werd uit de muur. Ook deze ingang bestaat uit hetzelfde houtmateriaal dat in de ruimte boven hangt. Een tafel vol met spullen staat centraal opgesteld. Ik zie een hamer, een tang, een poster, een houten bakje met een oog erop getekend. Het geheel voelt als een atelierruimte, temeer er een ladder en wat spullen in een hoek vergeten lijken – een gedeeld atelier bovendien, want je hebt meteen het gevoel dat hier meerdere mensen werken. Die associatie is niet onlogisch met alle verschillende handschriften die je ontwaart op de nota’s en documenten die verspreid in de ruimte liggen. Ook hier hangen dezelfde wanden aan de muur. Net als boven zijn ze veelal leeg. Een verloren stuk groen en wit stof hangt op, net als een briefje van of aan de Portugese bewakingsagent die vaak in de ruimte zit.

Dat veel van de wanden de indruk geven van een onbeschreven, wit blad is in dit stadium van de expo logisch. Plazas wil de installatie doorheen de tijd verder in- en aanvullen, in dialoog met de collega-kunstenaars, bezoekers, en mensen die werken in het kunstencentrum, in het hier en nu. Het past in zijn praktijk die vertrekt van toevallige uitwisselingen die moeten leiden tot nieuwe verhalen die anders niet waargenomen (kunnen) worden. Misschien is dit wel de reden waarom de bovenverdieping knus werd ingedeeld en de benedenruimte met zijn ‘diy’-deur doet denken aan een kinderlijk knutselfort waarin je kan ontsnappen en in alle vrijheid iets in elkaar kan timmeren. Onderzoekt Plazas de condities van een ‘safe space’, een veilige ruimte waarin dialoog kan ontstaan?

Wat er al hangt geeft vooral een indruk, een poëtisch fragment van wat nog komen moet. De eerdergenoemde wisselwerking tussen personen en dingen die het ongeziene in kaart moet brengen is nog onzichtbaar, maar de schets van een ruimte die beweegt en leeft nodigt wel uit om nog eens binnen te springen. Zijn opzet lijkt dus te slagen. Misschien doe ik dat wel wanneer Plazas zelf aanwezig is (zie de website van de CENTRALE voor de data van zijn performances) of wanneer hij een van zijn performances voor het grote raam van het CENTRALE.lab doet, dat hij bereikt door een trap – of eerder klimconstructie – die hij maakte door stukken muur weg te halen.

Aan de andere kant van de Sint-Katelijnekerk staat een installatie van Angyvir Padilla opgesteld in de met plasticfolie gehulde ruimte van de CENTRALE.vitrine. Het bestaat uit verscheidene voorwerpen in klei die allemaal een link leggen naar huishoudelijke zaken. Ook Padilla treedt af en toe op in haar exporuimte (zie eveneens website CENTRALE). Onderwerp van die performances is haar werkproces dat wordt vastgelegd door een camera en uitgezonden op een beeldscherm dat deel uitmaakt van de installatie. De combinatie van voorwerpen als ook het tonen van het maakproces geeft, in lijn met de expo van Plazas, te denken over wat een ruimte is en hoe deze kan ontstaan. Wat is een huis, een thuis en hoe kunnen we dat realiseren? Interessant is dat één van de voorwerpen die Angyvir Padilla heeft gemaakt door Plazas zal worden geïncorporeerd in zijn eigen tentoonstelling. Ik ben benieuwd welk voorwerp dat zal worden, maar misschien nog meer naar hoe dat zal gebeuren en hoe het een nieuw verhaal zal doen verschijnen in het lab van de CENTRALE.

Angyvir Padilla en Juan Pablo Plazas, performance tijdens de vernissage, CENTRALE.vitrine, 29 september 2021, foto Philippe de Gobert
Juan Pablo Plazas, From G to B to K and C (Katelijne, Catherine, Kairos and Cairo), foto Phillipe de Gobert
Juan Pablo Plazas, From G to B to K and C (Katelijne, Catherine, Kairos and Cairo), foto Phillipe de Gobert
Angyvir Padilla, Home contains us and is within us # Ste Catherine 13, foto Yoel Pytowski
Angyvir Padilla, Home contains us and is within us # Ste Catherine 13, foto Phillipe de Gobert