Alles over kunst

Kunstenaarsportret  HART Nr. 206

Expo

John Armleder, portret van een bruggenbouwer

Sam Steverlynck

Praktische info

John Armleder, It Never Ends, deel 1: van 24 september tot 27 december 2020, deel 2: van 4 februari tot 25 april 2021, tussenstuk van 4 tot 31 januari 2021 in KANAL - Centre Pompidou, Saincteletteplein 21, Brussel.

De Zwitserse kunstenaar John Armleder palmt gedurende zeven maanden de immense ruimte van KANAL - Centre Pompidou in met een reeks ruimtelijke ingrepen, tentoonstellingen-binnen-de-tentoonstelling, performances, events, concerten en nog veel meer. HART trok in pre-coronatijden naar Genève om hoogte te krijgen van deze kunstenaar die zich niet in een hokje laat vangen.

Credit: Collier Schorr – Brioni Fall Winter 2015 Campaign

Een kunstenaar ontmoeten in zijn/haar atelier brengt vaak de amateurarcheoloog/psycholoog in ons naar boven. Ondergedompeld in zijn/haar universum, waar de genese van het werk plaatsvindt, krijgt het kleinste detail betekenis in het proberen decoderen van het werk of het trachten vatten van de psychologie van de persoon in kwestie. Als de taxichauffeur ons afzet voor de studio van John Armleder (1948), in een buitenwijk van Genève, kijken we toch even verbaasd op. Hier geen fraai omgebouwd industrieel complex – zoals je zou kunnen vermoeden van een kunstenaar met zijn palmares – of een sfeervolle studio, maar een gloednieuw corporate gebouw, waar je eerder een advocatenbureau verwacht. Het is enerzijds verrassend voor een rebelse kunstenaar als Armleder, anderzijds past het bij het kat-en-muisspel dat hij wel vaker speelt met de toeschouwer.

Gezien de winterse temperatuur ontvangt Armleder ons niet zoals gebruikelijk in strak pak en das – met de hem kenmerkende lange, dunne, grijzende paardenstaart – maar draagt hij een sweater boven zijn hemd en das. Zijn pak lijkt – net zoals bij Gilbert & George – een afleidingsmanoeuvre om zijn vrijgevochten karakter achter te verbergen.

Dat tegendraadse zat er al van jongs af aan in. Toen de kunstenaar werd opgeroepen om zijn legerdienst te vervullen, stuurde hij zijn kat. “Ik was negentien en moest voor de militaire rechtbank verschijnen”, zegt hij lachend. “Het was echt een karikatuur. Terwijl mijn proces werd voorgelezen, lagen een paar soldaten te slapen. Ik heb in de gevangenis vier keer zoveel geleerd als op de kunstschool. Het was een prachtige tijd!” Een andere ervaring die hem blijvend zou tekenen was zijn ontmoeting met John Cage toen hij nog maar twaalf was. Via Cage raakte hij gefascineerd door de Fluxus-beweging die de kloof tussen kunst en leven wou dichten met onder andere happenings en performances. In lijn met Fluxus zette Armleder met een paar vrienden in 1969 Ecart op. Wat aanvankelijk een studentikoze grap leek, leidde in 1972 tot de opening van een galerie annex uitgeverij waar – tot het opheffen van de groep in 1983 – tentoonstellingen plaatsvonden van Braco Dimitrijević, Olivier Mosset, Annette Messager, Daniel Spoerri, Ben en vele anderen.

John Armleder, Premières Oies, 2018, Mixed media on canvas, 225 x 150 cm. Courtesy Almine Rech Gallery ©Annik Wetter

Maar naast zijn activiteiten voor Ecart blijft Armleder in de eerste plaats kunstenaar. Zo laat hij zich in 1979 opmerken met zijn zogenaamde Sculpture Paintings waaruit een postmodernistische, ironische attitude blijkt. Voor die werken toont hij naast een schilderij telkens een bijbehorend meubelstuk – zo drijft hij de spot met kunst die vaak ter decoratie dient in een bourgeoisinterieur. Maar hij herneemt evengoed een aantal eerdere kunsthistorische stijlen en voert die op eigen wijze uit – wat hem het label van ‘citaatkunstenaar’ oplevert of aanhanger van Neo-Geo en appropriation art. Zo maakt hij schilderijen in de stijl van El Lissitzky en Kazimir Malevitsj. Maar het is toch vooral de Amerikaanse abstracte kunstenaar Larry Poons die hem blijvend inspireert. Eerst met diens dot paintings, daarna met zijn pour paintings die bij Armleder een tool worden voor een chemisch experiment – dat door het proces overigens interessanter is dan het eindresultaat.

De kunstenaar baant zich in zijn studio een weg door de eindeloze bergen dozen met boeken en objecten die ook terugkeren in zijn installaties. Achterin het atelier toont hij ons zo’n pour painting. Het is uitgevoerd in een abstract expressionistische stijl waarvoor hij de meest ongebruikelijke materialen gebruikt – zoals autolak, nagellak en glitters – die het werk een postmodernistische toets geven. “Het gaat, net zoals bij Fluxus, over toeval. Ik ga in de stad waar ik tentoonstel naar een verfwinkel en koop er de meest diverse producten. Vaak zeggen de verkopers me dan: ‘Maar meneer, u weet toch dat u die producten nooit mag mengen!’ Wat ik uiteraard wel doe. De verschillende substanties zorgen voor chemische reacties op het doek die je nooit kan voorspellen. Die schilderijen leiden een eigen leven. Ik ben gefascineerd door the revenge of the painting. Het moeilijkste aan die schilderijen is niet zozeer ze te maken, maar het gedoe met de verkopers aan de kassa. (lacht)”

Kopje thee

Armleder is een kunstenaar die zich steeds heruitvindt. Elke tien jaar komt hij op de proppen met een nieuw corpus van werken. In de jaren negentig laat hij vooral van zich horen door grote, ruimtelijke installaties die zijn opgebouwd met stellingen. In MAMCO – een kunstinstelling in Genève waarvoor hij een instrumentele rol heeft gespeeld en waar hij kind aan huis is – was onlangs de installatie Quicksand 2 te zien die voor zijn solo in KANAL wordt hernomen. Een even enigmatisch als fascinerend werk. In een zaal hangen over heel de lengte grote, metalen rekken. Daarop staan her en der oude tv’s opgesteld waarop B-films te zien zijn, gekleurde kerstbomen, diaprojectoren, kabels, een stapeltje tijdschriften die door MAMCO worden uitgegeven, terwijl een cirkelvormig gekleurd schilderij – een soort van spin painting waarmee Damien Hirst later bekend zou worden – achteloos tegen een rek leunt.

John Armleder, Skateboarding is not a crime, Mixed media on canvas, 250 x 800 cm, 2019. Courtesy Massimo De Carlo ©Alessandro Zambianchi

Is dit de eigenlijke installatie of het depot van het museum? En bestaat een kunstwerk nog als het zich in depotmodus bevindt en niet geactiveerd wordt door de blik van de toeschouwer? Het is een installatie die de functie van het museum in vraag stelt en dan ook gezien kan worden als een vorm van institutionele kritiek. Armleder speelt wel vaker met de conventies van de kunstwereld. Zo stelt hij op de Biennale de Paris in 1975 geen werk tentoon, maar nodigt hij het publiek uit een kopje thee met hem te drinken – wat tegenwoordig, tot vervelens toe, wel vaker op expo’s wordt gedaan maar in die tijd behoorlijk opzienbarend was. En hij switcht niet alleen vlotjes tussen stijlen en media, maar ook tussen diverse rollen. Armleder is kunstenaar, maar ook docent, uitgever en hij was lange tijd galeriehouder. Sinds 1980 tekent hij elk jaar present op Art Basel met een stand van Ecart. Het is zowat een van de enige non-profits op de miljoenenbeurs. Gezien zijn staat van dienst durft niemand hem er nog weg te jagen. En hij laat ook van zich horen als curator – hoewel hij zich ver afhoudt van het gebruikelijke discours en een meer speelse methode hanteert die schatplichtig is aan Fluxus.

Zo nodigde hij voor het Swiss Institute in New York veertig kunstenaars uit voor een groepstentoonstelling. Bezoekers die aankwamen in een ruimte die leeg overkwam, dachten dat ze te vroeg waren. Ondanks de lange lijst kunstenaars was er nauwelijks iets te zien: Armleder had hen namelijk gevraagd om een werk op postzegelformaat te maken. Voor Don’t Do It bracht hij diverse objecten samen die sinds Duchamp worden gebruikt voor readymades en die hij achteloos in een hoek op elkaar had gestapeld. In de kamer ernaast toonde hij dan weer alleen dot paintings die werden gemaakt door andere kunstenaars - hij nam het behangpapier voor zijn rekening. Voor Armleder is er geen verschil tussen het tonen van zijn eigen werk en dat van andere kunstenaars. “Voor mij is dat hetzelfde. Misschien omdat ik mijn eigen werk behandel alsof het van iemand anders is.”

Geen retrospectieve

Toen KANAL hem uitnodigde voor een tentoonstelling – die overigens zijn grootste expo tot op heden wordt en zich over zes verdiepingen van het gebouw zal uitstrekken – verwachtte men allerminst een klassieke retrospectieve. Nee, Armleder wil onder de veelzeggende titel It Never Ends niet achteruitkijken – wat men zou kunnen verwachten in deze fase van zijn leven – maar haast uitsluitend nieuw werk tonen en andere kunstenaars uitnodigen. Hij wil – zoals hij al vijf decennia doet – afstappen van het statische gegeven van een tentoonstelling. De expo verandert dan ook voortdurend – met nieuwe werken die worden toegevoegd of weggehaald. Ze is opgebouwd rond twee grote delen in de tijd die op hun beurt onderverdeeld zijn in andere programma’s. En in januari wordt een rustpunt ingelast, met een aangepaste programmatie. De ‘live’ dimensie – met concerten, events, performances en projecties van B-films – is dan ook cruciaal. Voor het gelijkvloers bouwt hij onder andere een nieuwe welkombalie en vestiaire, maar ook een bar en een ontmoetingsplek met behulp van de hem kenmerkende stellingen. Armleder gaat voor een gesamtkunstwerk en neemt alles voor zijn rekening, inclusief het ontwerp van het menu van de bar. Maar er komt ook een co-working space, plus een bibliotheek en tal van workshops. Armleder – die eigenlijk nooit werk maakt in zijn atelier maar in de galeries of musea waar hij tentoonstelt – gaat op de eerste verdieping een gigantisch pour painting uitvoeren van negen meter lang. En hij zet zijn activiteiten als curator verder door een tentoonstelling te plannen rond behangpapier of kunstwerken die alleen te zien zijn in het donker.

Exhibition view, JOHN M ARMLEDER. CA.CA., Schirn Kunsthalle Francfort, Germany, 2019 © Schirn Kunsthalle Frankfurt, 2019, Foto: Norbert Miguletz

De Fluxus-gedachte spookt door heel het project. Er wordt niet alleen een weekend gewijd aan de concerten van John Cage, hij brengt de beweging ook een eerbetoon met een tentoonstelling van Fluxus-doosjes die eerder in het Musée National d’Art Moderne de Paris te zien was. Aangezien hij zich nooit iets heeft aangetrokken van hokjesdenken, werkt hij ook samen met de populaire Zwitserse zanger Stephan Eicher, naast conceptuele kunstenaars zoals zijn vriend Christian Marclay, zijn partner Sylvie Fleurie en in Brussel gevestigde kunstenaars zoals Charlemagne Palestine, maar ook een jongere garde. Armleder laat zich voor die samenwerkingen niet zozeer leiden door het cv van de kunstenaar, maar door contacten die hij over de jaren heeft gelegd. “Het is zowel een artistiek als een intiem landschap”, zegt hij over de tentoonstelling. “Het is eigenlijk een project van delegeren. Je kan het vergelijken met het regisseren van een film.” Hoe de expo er uiteindelijk zal uitzien ligt ook voor hem nog niet helemaal vast. “Ik weet dat meestal maar twee dagen voor de opening.” Erg Fluxus, inderdaad.