Alles over kunst

Interview

Expo

Over het loslaten

In gesprek met Marc Vanderleenen
Marc Ruyters

Praktische info

Marc Vanderleenen, Current Affairs in Annie Gentils Gallery, Antwerpen, tot 15 mei, anniegentilsgallery.com

Schilder Marc Vanderleenen heeft een nieuwe tentoonstelling in Annie Gentils Gallery in Antwerpen, waarin hij oude en nieuwe thema’s verbeeldt. Current Affairs heet ze dan ook, alsof het leven gestuurd wordt door lopende, soms vervelende zaken. Dat is dan ook wel zo’n beetje, volgens hem. Marc Rutyers ging in gesprek met hem.

Marc Ruyters: In je werk zitten nogal wat wandering men, personages die ergens of nergens naar toe wandelen.
Marc Vanderleenen: Dat verwijst een beetje naar de mythe van Sisyphus die een steen een berg moet oprollen, waar hij altijd net niet in slaagt. Eigenlijk is dat geen straf van de goden, maar een metafoor voor bezig zijn. Je moet je niet afvragen: wat is hier het nut van? Het is enkel een kwestie van een doel te hebben, en niet het idee te hebben dat je stilstaat. Je moet ergens naartoe gaan om te kunnen terugkeren. Anders zit je gewoon voor je uit te kijken.

MR: Een ander thema in je werk is het observeren en bekeken worden.
MV: Dat klopt ja. Het is een thema dat ik vaak gebruik: dat van de getuige, die de geschiedenis opschrijft. En in die geschiedenis vind je de repetitie van waar je mee bezig bent.

MR: Dat doe je meestal eerder als buitenstaander. Voel jij je een buitenstaander? In de ‘grote’ wereld en in het kunstwereldje?
MV: Ik denk dat iedereen buitenstaander is, behalve enkele grote lawaaimakers. Voor de grote geschiedenis ben ik wel een buitenstaander, denk ik, ik zit er niet meer in. Als jongeman dacht ik van wel: de vader van mijn eerste vakantieliefde, een innemende man, bleek betrokken bij de moord op Lumumba. Dat ben ik pas veel later te weten gekomen. Dan ben je getuige van een stukje geschiedenis, maar ook niet meer dan dat.

MR: En dan is er een derde thema: de ‘vallende mens’.
MV: Dat gaat over de kwetsbaarheid. De getuige en the wounded man zijn de twee hoofdthema’s die ik in mijn werk gebruikte en gebruik. The falling man is eigenlijk een onderdeel van the wounded man.

MR: Je laat je nu ook inspireren door de Nederlandse schilder René Daniels?
MV: Ja, ik las een boek over zijn werk, hij gaat zo meesterlijk om met de manier om van een strik een kamer te maken. En ik dacht: wat kan ik zelf met een strik doen? Het resultaat is nu te zien bij Annie Gentils. Ik laat me vaak inspireren door anderen. In een vorige tentoonstelling had ik een figuur met een lange neus. Dat idee komt uit de période vache van René Magritte.

MR: Bij Annie Gentils toon je ook enkele tekeningen en schilderijen met standbeelden.
MV: Daar haalde ik de inspiratie bij het standbeeld van Leopold I op de Leopoldplaats in Antwerpen. Maar het gaat ook over Leopold II, en het gaat eigenlijk over macht tout court. Daarom schilderde ik ook de sokkel met nog net een paard op: de macht zit te paard. Zoals Poetin op een beroemde foto met bloot bovenlijf op een paard zit. Ook daar komt alles bijeen: de macht, de getuige, de geschiedenis. Ja, ik heb een redelijk pessimistisch wereldbeeld. Als je een beetje nadenkt word je vanzelf pessimistisch.

MR: Je maakte ook een interessante opmerking op de opening bij Annie Gentils. Je zei: ‘Ik laat meer en meer los.’ Kan je daar iets meer over zeggen?
MV: Daar ben ik al langer mee bezig. Ik werk bijvoorbeeld veel met schetsen, op een bierkaartje of zo, zoals je iemand de weg ergens naartoe uitlegt. Schetsen zijn belangrijk in het denken over tijdloosheid. Als je werken bekijkt van Rafael, Pontormo, Titiaan en anderen, dan zie je dat hun schetsen allemaal op elkaar lijken, in tegenstelling tot de schilderijen als eindproduct. De schetsen zijn tijdloos, de schilderijen zijn meer van de tijd zelf. Zeker als de figuren kleren aan hebben (lacht). Ik probeer die tijdloosheid te koesteren en te behouden, daarom laat ik meer en meer los. Het is moeilijk om te formuleren. Maar ik doe waar ik zin in heb. De onaffe beelden van Michelangelo en Rodin bijvoorbeeld, vind ik interessanter dan hun eindwerk.

MR: Je werk komt weer meer en meer in de belangstelling. Net als dat van andere tijdgenoten, zoals Guy Van Bossche en Stefaan Vermuyten?
MV: Ja, het valt op, en dat is mooi natuurlijk. De generatie voor ons werd verpletterd door de conceptual en minimal art, de generatie na ons staat nu volop inde picture in blitse galeries. Maar hoelang zal dat duren? Ik denk dat onze generatie goed nadacht over waar ze mee bezig was, En ik zeg wel eens: je hebt een periode voor en na Luc Tuymans, zoals je ook een periode voor en na Christus had, grapje (lacht). Ik heb altijd gewacht op het moment dat ik de naam Tuymans en Christus in een en dezelfde zin kon gebruiken. Bij deze dus (schatert). Maar het is wel bepalend geweest, voor heel veel. Wie dat ontkent of niet wil inzien. Ik heb ooit als jong schilderend kunstenaar, nog voor het Tuymans-tijdperk, een beurs aangevraagd bij de Vlaamse Gemeenschap. Ik wou toen onderzoeken, samen met Guy Van Bossche, wat er nog mogelijk was in de figuratieve schilderkunst. Weet je wat ze antwoordden? Wij geven alleen beurzen aan hedendaagse kunstenaars. (Lachsalvo).


Marc Vanderleenen stelt vanaf 5 mei ook tentoon in Wilford X, in Temse, samen met Sarah De Vos en Flexboj & L.A, en Annie Gentils Gallery stelt Marc Vanderleenen eveneens tentoon tijdens Art Brussels.

Marc Vanderleenen, Untitled (sokkel 1), 2019, olieverf op karton, courtesy Annie Gentils Gallery
Marc Vanderleenen, The Observer, 2021, olieverf op canvas, courtesy Annie Gentils Gallery
Marc Vanderleenen, Untitled, 2019, olieverf op canvas, courtesy Annie Gentils Gallery