Alles over kunst

Expo  HART Nr. 201

Pioniersvrouwen van de conceptuele kunst

I'M NOT A NICE GIRL! in K21 Düsseldorf
Cis Bierinckx

Praktische info

I’M NOT A NICE GIRL! tot 15 mei in Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, K21, Ständehausstrasse 1, Düsseldorf, DE. www.kunstsammlung.de

Bij het doorzoeken van het archief dat door de erven Dorothee en Konrad Fischer aan de Kunstsammlung NRW werd geschonken, stootte curator Isabelle Malz op brieven van enkele jonge, vrouwelijke Amerikaanse conceptuele kunstenaars van de eerste generatie. Dat zette haar aan om hun relatie tot de invloedrijke galeriehouder verder uit te pluizen. Hoewel Fisher, König en Szeemann de Amerikaanse conceptuele kunst op de Europese kaart plaatsten, bleef hun aandacht voor deze pioniersvrouwen grotendeels achterwege. Ook de adviezen over vrouwelijke kunstenaars die de gevierde kunstcritica, feministe en activiste Lucy R. Lippard hen gewillig verschafte, vielen grotendeels in dovemansoren.

Lee Lozano (1930– 1999), No title, 1971, Pen on paper (facsimile), 22.6 x 21.5 cm / 8 7/8 x 8 1/2 inches, Courtesy Hauser & Wirth. Foto: © Kunstsammlung NRW

I’M NOT A NICE GIRL! concentreert zich op het oeuvre van Lee Lozano, Adrian Piper, Eleanor Antin en Mierle Landerman Ukeles. Gepaard aan hun (soms driftige) briefwisseling en notities zorgen de luttele werken die van elke kunstenaar te zien zijn wel voor een groeiende nieuwsgierigheid naar hun conceptueel, feministisch, activistisch denken en werken. In wezen tracht de tentoonstelling veeleer op een boeiende informatief/documentaire wijze inzicht te geven in de (nog steeds heersende) machtsstructuren binnen het kunstsysteem. Daarnaast toont ze voorbeeldig aan hoe het tot leven brengen van dood archiefmateriaal kan bijdragen tot een debat dat ook nu nog actueel blijft.

De titel van de tentoonstelling werd ontleend aan een reactie van Lee Lozano (1939-1999) op Kasper Königs behaagzieke woorden ‘Your are a good painter and a nice girl’. Op een titelloos geperforeerd doek na beperkt Lozano’s onderdeel zich tot een selectie van haar Private Books, Write-ups en Language Pieces. Deze geschriften kunnen deels als notitie-, dag- en ideeënboeken gezien worden. Ze bevatten zowel persoonlijke aantekeningen, gedachten, opmerkingen als regels en parameters voor acties en werken. Dit materiaal geeft zeker een prikkelend inzicht in Lozano’s eigenzinnig radicaal denken en past volkomen bij het basisconcept van de tentoonstelling. Toch zorgt deze aanpak ervoor dat je wat op je honger blijft zitten. ‘Seek the extremes, that’s where all the action is’, schreef Lozano op 13 april 1969. Deze uitersten zocht ze niet enkel op door het gebruik van hallucinerende middelen, maar ook door aanhoudend vastgeroeste sociale normen op de proef te stellen. De hoogtepunten van haar compromisloos verzet vallen grotendeels samen in de performances General Strike Piece (1969), waarin ze zich manifest terugtrekt uit de kunstwereld, en Decide to Boycott Women (1971), waarbij ze weigert zich nog langer met vrouwelijke kunstenaars te engageren. Wie hieromtrent en over de aspecten van haar wild bewogen, provocatieve, soms agressieve, bijwijlen minimalistische tekeningen en schilderijen meer wil weten, is op zelfstudie aangewezen. Iets wat zeker in het geval van Lee Lozano de moeite loont.

Guerrilla straatperformances

Hoewel de overige drie kunstenaars op eenzelfde wijze benaderd worden, zorgen enkele videowerken en fotoseries hier voor een ietwat ruimer referentiekader. De nauwe vriendschap die de Afro-Amerikaanse kunstenaar Adrian Piper (1948) met Sol LeWitt onderhield, zorgde er mogelijk voor dat zij door toonaangevende Europese curatoren iets sneller werd opgepikt. Haar minimalistische vloersculptuur Infinitely Divisible Floor Construction (1968-nieuwe versie 2002) vormt een tapijt naar haar sterk geëngageerd latere werk. Hierin legde ze zich voornamelijk toe op thema’s als racisme, seksisme, raciale identiteit, culturele waarden en gender. Voor haar stonden een direct contact en een concrete dialoog met de omgeving centraal. Sparring partners voor haar confronterende en collaboratieve performances zocht ze op straat of in gemeenschapsgroepen. Sociale uitwisseling, het doorbreken van verwachtingspatronen en cliché-denken vormden hierin het middelpunt. Met haar guerrilla straatperformances, samengebracht onder de titel Catalysis, wilde ze een stoorzender zijn die bij de omstaanders voor een mentale reactie moest zorgen. Bij deze acties, waarin Piper onder andere met een witte handdoek in haar mond gepropt of met wit geschilderde kledij en een wet paint bord om haar hals de stad doorkruiste, was het haar doel om mensen zonder dwang aan te zetten tot actie – net als bij haar latere Funk Lessons with Adrian Piper project, dat in essentie initiaties in ‘funk dance’ waren.

Adrian Piper, Catalysis III, 1970. Performance documentation: three silver gelatin print photographs on baryta paper (re-prints 1998). 16" x 16" (40.6 cm x 40.6 cm). Detail: photograph #1 of 3. Photo credit: Rosemary Mayer. Collection of the Generali Foundation, Vienna, Permanent Loan to the Museum der Moderne Salzburg. © Adrian Piper Research Archive Foundation Berlin and Generali Foundation. Foto: © Kunstsammlung NRW

De twee verrassendste bijdragen aan de tentoonstelling komen van Eleanor Antin (1935) en Mierle Landerman Ukeles (1939). Met de 4 x 37-delige fotoreeks Carving: A Traditional Sculpture (1972) openbaart Antin haar naakte lichaam vanuit vier verschillende hoeken. Als kritiek op de patriarchale kunstgeschiedenis, de idealisering van het vrouwenlichaam en als antwoord op het mannelijke verlangen beeldhouwde ze haar lichaam door middel van een 37-dagen durend dieet. Aangezien Antin een blanke Joodse vrouw is, laat deze performance/fotoserie een bijkomende bittere smaak achter. Naast het feministische commentaar houdt dit werk omwille van haar afkomst ook een onderhuidse beschouwing op etnische onderdrukking in.

In contrast tot voormelde kunstenaars nam Mierle Landerman Ukeles ordinaire huishoudelijke taken en vaak genegeerde alledaagse routinehandelingen als onmiskenbare bouwstenen van haar maintenance art oeuvre. In haar Manifesto for Maintenance Art 1969! schreef ze ‘I am an artist. I am a woman. I am a wife. I am mother. (Random order).’ Dit manifest en de acties die hieruit volgden zijn een pleidooi voor ‘een sociale staat van onderlinge afhankelijkheid’ en spreken de intentie uit om de scheiding tussen het kunstwerk en het dagelijks werk, en tussen kunst en leven, ongedaan te maken. Iets wat ze met toegestoken hand nog steeds doet als permanent artist-in-residence bij het New York Department of Sanitation.