Alles over kunst

Interview  HART Nr. 200

Expo

Els Dietvorst in M HKA

Kathleen Weyts

Praktische info

Els Dietvorst, Dooltocht/A desperate quest to find a base for hope, 7 februari tot 10 mei in M HKA, Leuvenstraat 32, Antwerpen. Open di-zo van 11-18u, do tot 21u. www.muhka.be

Op Art’s Birthday – de dag die Fluxus-kunstenaar Robert Filliou in 1963 uitriep tot de officiële geboortedag van de kunst – ontmoeten we Els Dietvorst in het Antwerpse Zuiderpershuis. Eén van de ruimtes doet er dienst als haar tijdelijk atelier. Enkele jonge kunstenaars, in een wit-gele overall (een stil protest tegen het Vlaamse cultuurbeleid), maken er samen met haar lemen sculpturen die straks in het M HKA opgesteld worden voor haar tentoonstelling Dooltocht/A desperate quest to find a base for hope. Els Dietvorst werkt zelden alleen en wat ze doet is nooit vrijblijvend, maar een maatschappelijk statement, zelfs in het atelier.

Els Dietvorst, Skull 3, 2015

In ons hoofd zindert de dubbele theatermonoloog MEMENTO MORI! !IROM OTNEMEM nog na van de vorige avond. Twee teksten die zich aan elkaar spiegelen en die ons op indringende wijze binnentrekken in Dietvorsts universum. De eerste, Ik ga naar mijn kippen, schreef ze voor acteur Dirk Roofthooft met de dakloze filosoof-zwerver ACM in het achterhoofd. De tweede, Drijfhout, kwam tot stand na haar deelname aan de biënnale van Moskou, waar ze een grote Skull-sculptuur maakte terwijl haar broer op sterven lag.

“Deze theatertekst verdraagt geen decor”, vindt ze zelf. “Ik heb dat stuk eigenlijk als een geluidswerk geschreven. Ik werk niet graag illustratief. De beelden moeten zich vormen in het hoofd van de toeschouwer. Het hangt van de overtuigingskracht van de acteurs af of ze het publiek meekrijgen in het verhaal of niet, maar dat publiek moet zelf ook hard werken. In I watched The White Dogs of the Dawn (de film die ze in 2018 maakte over een vissersgemeenschap in Zuid-Oost Ierland, nvdr), pas ik hetzelfde principe toe. Je krijgt beelden te zien waarbij niets verteld wordt en wat later interviews. Je moet zelf terugkoppelen en de connecties met het beeld maken. Geluid en beeld brengen mensen op een andere manier in beweging. Het wordt heel interessant als je ze lostrekt van elkaar. Je krijgt dan een heel ander gegeven.”

De tentoonstelling in het M HKA brengt voor het eerst het oeuvre van Dietvorst samen. Zelf beschouwt ze het niet als een retrospectieve. Haar werk transformeert doorheen de jaren vaak tot nieuw werk. Films worden installaties en omgekeerd, tekeningen worden sculpturen, gesprekken monden uit in teksten.

“Ik doe nooit graag twee dingen hetzelfde. Bij mij ligt er nooit iets vast, alles is altijd in beweging, het proces staat centraal. En in dat proces kan alles op elk moment nog veranderen. We maken nu vijfenveertig beelden. Misschien gooi ik ze straks allemaal in de vuilnisbak, of er breekt een beeld en dan wordt het weer iets anders, of we bedenken een heel andere opstelling dan de huidige.”

De tentoonstelling wordt ongetwijfeld ook een mooi weerzien met het multimediaproject De terugkeer van de Zwaluwen (1999-2005) dat nu, goed twintig jaar na zijn ontstaan in de Brusselse Anneessenswijk, opnieuw getoond wordt, zij het in een totaal andere vorm.

Deze wijk in Brussel is in het rood geboren. Deze wijk van een lachende, rode Madonna swingt op zijn eigen ritme. Agenda’s staan op bierkaartjes, volgeschreven met liefdesbrieven. Geen eenzaamheid maar afwezigheid. Vrouwen tappen pintjes en staan op armen getatoueerd. KSSSKSSS. Stront buiten, de honden binnen, les chats sont les plus malheureux. Slechts één schaduw valt over dit dorp, een grote geldberg, elke morgen dromen we dat deze vulkaan wakker wordt en een gouden kleed over ons legt. — weg pensioenen. Hier en nu: da’s primair! Geld betekent veiligheid en een gezapig leven. — de berg mag ook nog wat bedden braken en verblijfsvergunningen en pintjes.
Fragment uit de publicatie De terugkeer van de Zwaluwen, Els Dietvorst

Els Dietvorst, De Terugkeer van de Zwaluwen, 2001. Foto Orla Barry

“Ook bij De terugkeer van de Zwaluwen was voor mij het proces al belangrijker dan de uitkomst. Maar ik werkte met dertig mensen die een resultaat wilden. Als kunstenaar moet je voor een stuk kunnen toegeven aan de mensen waarmee je werkt en dus hebben we uiteindelijk een langspeelfilm gemaakt. Al de verhalen, relaties en interacties die tijdens het project tot stand kwam, dat is voor mij het echte werk. Daar kan je natuurlijk geen subsidie mee verantwoorden. Maar kijk, nu zijn we er opnieuw mee aan de slag gegaan en is er nieuw werk ontstaan. Zo hebben we een deel van het materiaal opnieuw gemonteerd tot een soort van impressies die geprojecteerd worden op vijf grote schermen: Het Zwaluwenlandschap. Je ziet de Zwaluwen (de mensen met wie ze aan dit project werkte, nvdr) wandelen in een landschap, sommigen in de Anneessenswijk, sommigen elders, maar er zit geen narratief meer in. Je kan er gewoon tussen wandelen als je wilt. Ze worden geflankeerd door een aantal van de procesfilms die ik gefilterd heb uit dat basismateriaal. Dat hermonteren, dat hergebruiken van footage om er iets nieuws van te maken, dat doe ik ontzettend graag.”

N’attendez pas de nous d’être ce que vous voulez qu’on soit
Abdelatif Oumach

Els Dietvorst gaf een stem aan de stemlozen in deze broeierige wijk. Ze werd tijdens het project vaak gevraagd om het naar kunstencentra en musea te brengen. Maar dat klopte niet voor haar. Ze wou de wijk blootleggen, kijken wie er achter de gevels woonde en gewoond had. Dat kon niet elders.

“Ik heb destijds echt wel een statement gemaakt met De terugkeer van de Zwaluwen. En dat wil ik vandaag opnieuw doen, want de situatie is nu nog verergerd. Met Kokou Zokli, een van de Zwaluwen, heb ik bijna vijf jaar gewerkt om zijn persoonlijke verhaal in een monoloog uit te schrijven en er naast een theaterstuk ook een film van te maken. Hij had een kleine Nokia waarmee hij zichzelf filmde tijdens een betoging tegen de regering in Togo, rondom hem werden mensen doodgeschoten. Dat materiaal hebben we nooit eerder vertoond, maar nu komt het samen in Vive la démocratie. Die mix van installaties rond de Zwaluwen vul ik aan met een installatie van The List van Banu Cennetoğlu. Voor mij is dat de Auschwitzlijst van vandaag. Sinds 1993 houden de activisten van het NGO-netwerk United for Intercultural Action een lijst bij met de namen van alle mensen die gestorven zijn tijdens een poging om te migreren naar Europa en de wijze waarop ze het leven lieten. Cennetoğlu vestigt er al zestien jaar lang via haar werk de aandacht op, en overal waar ik kom, toon ik dat werk nu ook. Dit is té belangrijk. Mensen moeten dat zien. Zelfs mensen die een probleem hebben met migranten, kunnen als ze die lijst lezen niet langer om de harde realiteit heen.”

Els Dietvorst, atelier, 2020 (c) Flor Maesen

“De tentoonstelling an sich, het plaatsen van werken tussen vier muren, interesseert me eigenlijk niet. Al is het wel super om mijn werk eens samen te brengen. Er was in de loop van de jaren werk verloren geraakt, zoals een 16mm die ik ooit gedraaid heb en die zich ergens in een kelder in Genk bevond. Ik ben heel blij dat ik die nu opnieuw kan tonen. Maar toch, deze tentoonstelling draait voor mij vooral rond verbinden, fragiliteit en menselijkheid. Ideaal zou ik er de hele periode dat ze loopt blijven aan werken, samen met andere kunstenaars en zelfs het publiek, als een soort ritueel. Dan gebeuren er onverwachte dingen. Zoals X-Ray die hier binnenloopt en wil dansen tussen onze sculpturen. Spijtig genoeg laat het tentoonstellingsbudget zoiets niet toe. Een expo is vooral gericht op het tonen van objectkunst. Ik wil zeker niet negatief zijn, het uitgangspunt van Bart De Baere was om het oeuvre dat ik de voorbije vijftien jaar ontwikkeld heb te kaderen. En ik zie daar absoluut het belang van in.”

‘[…] we bekenden onze onrust. Over tijd. Over tijd nemen. Onrust om de toekomst van de wereld en onrust om de toekomst van de kunstenaar.
Is er een alternatief voor tijd? Is er nog tijd voor wat echt noodzakelijk is? Kan je nog falen? Kan een werk onafgewerkt blijven? Is er nog tijd voor toevalsoperaties? Of voor wat Roland Barthes noemt: ‘… tijd voor een panische verveling die in ontreddering overgaat.’
Fragment uit een brief van Els Dietvorst aan Dirk Braeckman, 2009, naar aanleiding van Time is a Book

“De kunstenaar moet vandaag terug het heft in eigen handen nemen. Durven nieuwe systemen en eigen omgevingen creëren die buiten de markt staan, desnoods ook los van subsidiekanalen. Met Dirk Braeckman geef ik vandaag een vervolg aan Time is a Book – het project dat we in 2009 samen realiseerden naar aanleiding van het Gentse Time Festival – en we stellen ons daarbij de vraag wat vandaag de rol kan zijn van kunstenaars in een maatschappij die onder hoogspanning staat. We zijn ervan overtuigd dat we terug broeihaarden moeten creëren, vrijplaatsen, ontmoetingsplaatsen. Kunst kan dat, want kunst oordeelt niet. Samen met Simon Bultynck, Griet Teck en een aantal jonge kunstenaars denken we daarover na en organiseren we workshops. We onderzoeken daarbij hoe we jonge kunstenaars een podium kunnen bieden zonder dat we moeten terugvallen op subsidies. We denken na over hoe we vandaag als kunstenaar ten dienste kunnen staan van de maatschappij op een inclusieve manier. Ik vraag me dat al heel lang af en ik denk dat het antwoord ligt in het afstappen van het individuele kunstenaarschap. We moeten ons verbinden als groep, als collectief. Ik besef dat de meesten hier niet klaar voor zijn. Maar iemand als Aurelie Di Marino – de actrice die naast Roofthooft Memento Mori vertolkt – werkt al zo, in een collectief waar haar naam er niet toe doet, alleen wat ze bijdraagt. Dat is een heel democratisch proces, dat vraagt overleg en loslaten. Zo zijn ook de sculpturen hier tot stand gekomen.”

Uit al die overpeinzingen kan ik de conclusie trekken dat ik nooit echt gepast heb in de maatschappij, waar alles alleen maar hinder, dwang en verplichting is en dat mijn onafhankelijke aard mij altijd al ongeschikt gemaakt heeft gemaakt voor de onderworpenheid die noodzakelijk is voor wie te midden van de mensen wil leven.
Fragment uit Overpeinzingen van een eenzaam wandelaar, J.J. Rousseau, uit het cahier bij de film Lied voor de prijs van een geit van Els Dietvorst

“In mijn films probeer ik naar de ziel van een persoon te gaan. Dat kan alleen maar als je als maker loslaat en de dingen laat gebeuren. Je geeft je protagonist het respect en het vertrouwen om zijn ding te doen. Als dat lukt, dan gebeurt er iets magisch. Zowel bij De terugkeer van de Zwaluwen als in mijn latere films heb ik daarnaar gestreefd. En iedereen die daar deel van uitmaakte zei me achteraf ‘Je hebt ons ons zelfrespect teruggegeven.’ Ik denk dat al mijn werk daarop gestoeld is, niet op het sturen, niet op het scheppen van een kader, maar op respect voor en vertrouwen in de ander. Falen is een deel van mijn werk. Als er iets misloopt of anders loopt dan verwacht, leidt dat weer tot iets anders. Door dat besef kan ik ook anderen het nodige vertrouwen geven. Met ouder te worden ben ik daar almaar beter in geworden.”

‘One of the current revolutionary tasks of the artist is to bring into art human lived experience, which until this moment has been excluded from it.’
John Berger

“Ik heb niet altijd de woorden. Ik ben nog altijd meer een beeldenmaker dan een woordenmaker. Ik ben wild van John Berger. Hij formuleert eigenlijk heel mooi wat ik tracht te doen. Het is de menselijkheid die ons bindt. Het accepteren van zowel het leven als de dood. Ik denk dat dat in kunst vandaag nog te vaak wordt weggestoken. Emotie en fragiliteit blijven zeer moeilijke onderwerpen. Daarom worden mijn beelden ook nooit verkocht, denk ik. Ze zien eruit alsof ze gaan vallen. Voor mij is dat hoe het leven is. Niets is perfect. Ook kunst niet. Dat accepteren maakt je tot een gelukkiger mens.”

“De stedelijke periferie is mijn plaats. Maar ik stel me wel de vraag of ik daarin moet blijven werken, of dat ik vandaag naar het dorp moet trekken. In Brasschaat is er vandaag evenveel werk als in de stedelijke buitenwijken. Jaren geleden hing mijn vader op de Vlaamse feestdag de Vlaamse leeuw buiten. Mijn zus en ik vonden dat verschrikkelijk. Vorig jaar hing ons hele dorp vol. Mijn eerste reactie was weglopen. Maar dat is geen oplossing. We moeten de dialoog blijven opzoeken. Mijn antwoord is niet politiek. Mijn antwoord is het aangaan van een engagement tegenover een wereld die er niet altijd mooi uitziet. Ik ben dankbaar dat ik dat vandaag mag doen in het M HKA. Bart De Baere had net zo goed voor een andere kunstenaar kunnen kiezen, zeker in deze stad, in dit Vlaanderen. Ik maak een statement om te verbinden, om op andere manieren te denken en te ageren.”

It’s too late to take away the line.
The line is going through the egg head.
Oh dear too late, no time to think, no pencil in my pocket.
The ink is already on the page, oh dear pear, oh dear pigeon.
Fragment uit No Shooting een compilatie tekeningen van Els Dietvorst, tekst Orla Barry

“Tekenen doe ik altijd. Sinds twintig jaar maak ik altijd kleine tekeningen, meer dan tweehonderd nu. Ik vertrek altijd van die tekeningen als basis voor een beeld in een film, een sculptuur of een andere tekening. Ik heb ook een aantal muurtekeningen gemaakt, maar die zijn allemaal verdwenen. Samen met twee andere jonge kunstenaars maak ik vandaag een nieuwe reeks, op de muren van het museum en op panelen. Ik maak al twintig jaar mijn eigen inkt. Ik heb lang gezocht naar een soort bloedkleur en door twee soorten inkten, een zwarte en een rode, te mengen heb ik die uiteindelijk gevonden. De zwarte inkt is waterbased, waardoor die op termijn verdwijnt en enkel het rood nog overblijft. Ook mijn tekeningen transformeren in de tijd.”

Deze tekst kwam tot stand naar aanleiding van een gesprek tussen Els Dietvorst, Anne-Marie Poels en Kathleen Weyts