Alles over kunst

Interview  HART Nr. 201

Expo

De blik van een outsider

Een gesprek met Thao Nguyen Phan
Sofie Crabbé

Praktische info

Thao Nguyen Phan: Monsoon Melody tot 26 april in WIELS, Contemporary Art Centre, Avenue Van Volxemlaan 354, Brussel. Open di-zo van 11-18 u. www.wiels.org
Catalogus: NGUYEN PHAN T., GRAY Z. e.a., Thao Nguyen Phan - Monsoon Melody, Milaan, Mousse Publishing, 2019.

Het bitterzoete, audiovisuele universum van Thao Nguyen Phan (1987, Vietnam) is alomtegenwoordig. In november vorig jaar zag ik haar recentste film Becoming Alluvium nog in de Fundació Joan Miró in Barcelona. Zojuist betoverde ze me met haar grootste solotentoonstelling ooit. De eer is aan WIELS, dat momenteel ook Wolfgang Tillmans op de affiche heeft staan. Nguyen Phan hoeft geenszins in de schaduw van de wereldberoemde Duitse fotograaf te staan. Op het vliegtuig van Barcelona naar Brussel, had ik destijds een interview met haar, waar ik recent in Brussel een vervolg aan breide. Een verslag.

Thao Nguyen Phan, Becoming Alluvium, 2019, Single channel video installation, Colour, Sound, 16'25''

In België krijgen we Monsoon Melody te zien, een trilogie van de films Tropical Siesta (2017), Mute Grain (2019) en Becoming Alluvium (2019), in combinatie met tekeningen. In je werk combineer je vaak beide media. Je bent opgeleid als schilder. Kan je ons vertellen hoe je in contact kwam met het medium videokunst?

Thao Nguyen Phan: In 2006, tijdens mijn studententijd in Vietnam, zag ik voor het eerst de video Walking in an Exaggerated Manner Around the Perimeter of a Square van Bruce Nauman. Dit werk was een openbaring voor mij. Mijn vorming in Vietnam was heel academisch. De focus lag op esthetiek. Iedere dag tekenden/schilderden we naar model. We leerden werken met traditionele materialen – zoals zijde, lak, eierschaal, bladzilver – en de overgeleverde technieken. Video- en installatiekunst kwamen niet aan bod. Van 2011 to 2014, tijdens mijn MFA in Chicago, verdiepte ik me verder in de schilderkunst. Dankzij een cursus videoinstallatie ontdekte ik het werk van onafhankelijke filmregisseurs en videokunstenaars. Ik raakte geïntrigeerd door het werk en de persoonlijkheid van Joan Jonas. (In 2016-2017 was Phan een Rolex Protégée, waardoor de internationaal gerenommeerde performance- en videokunstenares Joan Jonas haar mentor werd, nvdr) Daarnaast vond ik inspiratie in het werk van de Thaise filmregisseur Apichatpong Weerasethakul. Zijn praktijk als visueel kunstenaar wekte mijn belangstelling. Van zijn sculpturen en fotografie tot zijn kortfilms, maar ook zijn denken over cinema en zijn geloof in het bewegende beeld als een ‘cascade van reïncarnaties’. Apichatpong had ook een grote interesse voor de Mekongrivier. Hij wekte mijn fascinatie voor storytelling.

Apichatpong en jij hebben beiden ook een diepe interesse in het leven op het platteland.

TNP: Ik ben nochtans afkomstig van de stad (Ho Chi Minhstad, nvdr). (lacht) Mijn fascinatie voor het platteland ontstond tijdens mijn kunstopleiding in Vietnam. Elk jaar waren we verplicht om één à twee maanden op excursie naar het platteland te gaan. We observeerden er het leven van de plaatselijke bevolking en maakten er schetsen/schilderijen. Die blik van een outsider is nog steeds aanwezig in mijn werk.

Thao Nguyen Phan, Monsoon Melody, Installation Views, WIELS, 2020, Picture Philippe De Gobert

Net zoals Joan Jonas ben je een veellezer. Je hebt onder andere het volledige oeuvre van heel wat klassieke Russische, Chinese en Vietnamese auteurs verslonden. Van waar komt je fascinatie voor literatuur en wat was de invloed van Jonas op jou?

TNP: In de omgeving waar ik opgroeide in de jaren negentig, vroege jaren 2000, waren er geen musea, laat staan hedendaagse kunstvormen. Het lezen van fictie is mijn manier om verhalen tot me te nemen. Op de kunstschool in Vietnam kon ik mijn interesse in fictie nog niet verwerken in mijn werk. Tijdens mijn MFA in Chicago en mijn ontmoeting met Joan in 2016 kwam hier verandering in. Ze is zo’n bijzondere, sterke vrouw! Reeds vroeg in haar carrière werkte ze met performances en videoinstallaties. Ze verwijst inderdaad ook dikwijls naar literatuur. Ze werkt eveneens veel met kinderen en integreert dromen in haar werk. Joan is zo’n grote inspiratie, dat is zichtbaar in mijn werk. (lacht)

Op het vlak van dromen is een andere inspiratiebron van Phan de film Bao giờ cho đến tháng mười (When the Tenth Month Comes, 1984) van Đặng Nhật Minh. In een droom ontmoet een vrouw er op een markt haar man die naar de oorlog is gestuurd en van wie ze sindsdien niets meer heeft vernomen. Hierdoor kan de man vervolgens reïncarneren naar een volgend leven. In de tentoonstelling in WIELS zijn er parallellen met onder andere de film Mute Grain en het geschilderde verhaal Dream of March and August.

Je werk leest als een visueel essay. Net als bij Joan Jonas is je werk doordrongen van een narratieve poëzie. Je spreekt zelf over je werk als bewegende verhalen.

TNP: Ik ben heel geïnteresseerd in fictie als vorm. De trilogie Monsoon Melody bijvoorbeeld speelt zich af op het Vietnamese platteland. Elk onderdeel heeft een specifiek onderwerp. Ik ga er dieper in op verhalen over historische amnesie, gemanipuleerde geschiedschrijving, tragedie van oorlog, hongersnood, voedsel(on)zekerheid, milieuproblemen, de kolonisering, de representatie en de talen van Vietnam. Via mijn werk onderzoek ik hoe we waarheid kunnen verstaan. Ik vertrouw erop dat gevoelens naar de waarheid leiden.

Thao Nguyen Phan, The execution, 2019, Watercolour on silk, 60 x 80cm

Na het winnen van de Han Nefkens Foundation (HNF) - Loop Barcelona Video Art Production Award 2018, ontving je een budget voor de productie van een nieuw werk. Becoming Alluvium is het resultaat. De HNF zorgt ervoor dat je werk in verschillende kunstencentra over de hele wereld te zien is. Van Fundació Joan Miró in Barcelona, WIELS in Brussel, tot Chisenhale Gallery in Londen (26 juni-30 augustus). Net als je voorgaande werken is Becoming Alluvium het gevolg van je research in storytelling en archiefmateriaal, wat resulteert in tekeningen, muziek en video. Hoe kwam dit werk tot stand?

TNP: Sinds 2012 speel ik met het idee om een film te maken over de Mekong, een magische rivier die belangrijk is op het vlak van cultuur, religie en economie. Sinds het begin van de 21ste eeuw werden er dammen aangelegd – eerst in China en later ook in de andere landen waardoor de Mekongrivier meandert. Dat heeft de levens van miljoenen mensen in Zuidoost-Azië ontwricht. De film speelt zich af in de Mekongdelta in het zuidelijke deel van Vietnam. Elk jaar produceert de rivier alluvium (phù sa in het Vietnamees), een vruchtbare afzetting die het zuiden van Vietnam karakteriseert. Die maakt het land tijdens de moesson dankzij natuurlijke stromingen vruchtbaar, wat nodig is voor het cultiveren van rijst. Door de constructie van dammen is dit proces verstoord en verdwijnt alluvium. In 2018 brak er bovendien een dam in Laos. Vele mensen verloren het leven. Ik gebruik deze gebeurtenis in een fictief verhaal. Omdat het werk zo’n zwaar thema aansnijdt, wilde ik ook een tegengewicht bieden door de vorm waarin ik het verhaal vertel, namelijk door de schoonheid van tradities, sprookjes en folklore die ik op mijn weg tegenkom en in de video verwerk. Becoming Alluvium deelde ik op in kleine hoofdstukken, die telkens over een reïncarnatie gaan. Op het einde wordt er een Cambodjaans volksverhaal verteld over een prinses die tevergeefs de wens koestert om een juweel van de ochtenddauw te hebben. Ik herschreef de vertelling en open de dialoog aan de hand van geanimeerde gravures van de Mekong-expeditie, gemaakt door de Franse ontdekkingsreizer Louis Delaporte. Van 1866 tot 1868 stuurde de Franse regering onderzoekers naar de Mekong om de rivier te verkennen. Er was toen nog lang geen sprake van dammen en er vond reeds rijstteelt plaats. De ontdekkingsreizigers trokken van Saigon (de voormalige naam van Ho Chi Minhstad, nvdr) stroomopwaarts via Laos en Birma. Door de hevige stroming bereikten ze echter nooit hun eindbestemming, namelijk de bron van de Mekong in Tibet.

Vele figuren in je tekeningen/films ontstaan in je verbeelding. Ze zijn vaak poëtisch, maar soms is er ook een suggestie van geweld zoals de onthoofde goudsmeden in Becoming Alluvium.

Deze figuren vonden intuïtief hun weg in het werk, wellicht als een direct en fysiek antwoord op de onthoofde Khmer- en Hindoebeelden uit Cambodja, Birma en Vietnam die ik zag in Musée Guimet in Parijs. Deze confrontatie gaf me een vreemd, onbeschrijfelijk gevoel. In Zuidoost-Azië vonden er vele onthoofdingen plaats, denken we maar aan de conflictueuze geschiedenis. Tot op de dag van vandaag worden er boeddhabeelden in tempels onthoofd. Tijdens mijn bezoek aan Musée Guimet bewonderde ik de kwaliteit, schoonheid en filosofie van deze artistieke creaties, maar tegelijkertijd worstelde ik met het feit dat dit culturele erfgoed zich in een collectie in Parijs moet bevinden om het te beschermen tegen (verdere) vernieling.

Kan je ons meer vertellen over je bezorgdheid die we gereflecteerd zien in Becoming Alluvium?

TNP: Als kind kreeg ik via (geschiedenis)boeken een foutief beeld voorgeschoteld. De auteurs koppelden industriële revolutie en vervuiling aan Europese landen, terwijl ze Vietnam beschreven met beelden van prachtige bossen. Toen ik voor het eerst de grenzen van Vietnam verliet, realiseerde ik me dat het net omgekeerd is. In 1986 kende Vietnam een omschakeling naar een open economie. Het aanvaarden van buitenlandse investeringen ontwikkelde de economie, maar het snelle tempo was ook destructief. Het gebruik van moderne landbouwtechnieken zoals pesticiden (zie onder andere het werk Perpetual Brightness, nvdr) verschoof de focus van kwaliteit naar kwantiteit. Mijn echtgenoot heeft een koffieboerderij. Vroeger was elke boerderij omringd door een klein bos. Het is shockerend hoe snel deze mini jungles verdwijnen. Ecologische verantwoordelijkheid en het behoud van cultuur is noodzakelijk.