Alles over kunst

Expo  HART Nr. 199

De cirkel van het leven

Een gesprek met Anne Daems
Anne-Marie Poels

Praktische info

Anne Daems, The slug had a forget-me-not in its mouth, tot 11 januari bij Micheline Szwajcer, Verlatstraat 14, Antwerpen. Open do-vr van 10-18 u., za van 14-18 u. www.gms.be

In 2010 toonde Anne Daems (1966) in de solo Elegant Amusement bij Elisa Platteau in Brussel een reeks composttekeningen: tekeningen van de kontjes van wortelen, schillen van uien, kroosjes van appels, vellen prei en dergelijke die zich in kommetjes op haar aanrecht ophoopten. Nu breit ze daar bij Galerie Micheline Szwajcer, met de presentatie van diezelfde compostkommetjes in ongebakken klei op lage tafeltjes, een nieuw hoofdstuk aan.

Anne Daems, De naaktslak had een vergeet-mij-nietje in zijn mond, 2019, installatiezicht, Micheline Szwajcer Antwerpen, foto Jan Kempenaers

De hele galerieruimte staat er vol mee en op elk tafeltje prijkt een klein kommetje waarin, zoals op de tekeningen, kleine restjes groen liggen. Ik herken een trosje zonder druiven, een stukje afgekloven maiskolf, het hart van een paprika of een dobbelsteentje pastinaak. Heel fragiel en fijn, als stille getuigen van de alledaagse realiteit van Anne Daems (1966) en van hoe zij met de dingen omgaat. Van het dagelijks tekenen van de potjes compost op haar aanrecht, schakelde ze over op het creëren van composities in klei. Met dat materiaal begon ze te experimenteren, toen ze samen met de Amerikaanse kunstenaar Kenneth Andrew Mroczek werkte aan de tentoonstelling When the Linden Blooms voor het Matisse Museum in Le Cateau-Cambrésis in Frankrijk. “Aan het museum is een hele mooie tuin met twee lindelanen. Daar wilden we iets mee doen. Kenneth heeft toen keramieken vazen gemaakt voor de lindetakken en theepotjes en -kommetjes om lindethee uit te drinken. We deden alles met lokale producten, ook de klei was lokaal.” Met de klei deed Daems eerste tests: “Ik heb bijvoorbeeld dingen laten glazuren, maar dat was niet goed omdat de fragiliteit van de klei daardoor verdween. Na mijn eerste experimenten heeft het een hele tijd gestaan totdat ik er opnieuw aan ben beginnen werken.”

Op elk van de tafeltjes ligt onder een glazen blad een zeer fijn opgezette aquarel van allerlei bloeiende planten. Ze pikte het idee op in het Goethe Huis in Frankfurt, waar elke kamer een ander behangpapier heeft van exotische bomen en vogels. “Ik zocht een manier om die kommetjes te presenteren, want ik wilde geen sokkels. Daar zag ik hoe in een van de kamers een stuk behangpapier onder een glasplaat op een tafeltje gepresenteerd werd, heel mooi.”

Daems maakte de aquarellen naar bloemen in haar eigen stadstuin met verschillende kruiden, aromatische en eetbare planten, bessen en een enkele boom. “Ik ben ze beginnen aquarelleren, soms buiten, soms binnen met geplukte bloemen.” Op het gevaar af naar de kitsch te verglijden, zo lijkt ze zelf te beseffen. Want ze doet in se niet anders dan de middenklasse huisvrouwen die figureren in de stapel Britse Country Living magazines van eind jaren 80, begin jaren 90 die ze op de rommelmarkt vond. Ook daarin wordt een leven in harmonie met de natuur voorgespiegeld, in een mooi huis, met een zonovergoten tuin vol bloemen. “In feite heb ik precies hetzelfde gedaan als de bloemen aquarellerende vrouwen, waarover ik in die bladen las – met het risico dat zoiets kitscherig wordt. Ik vind het interessant om op die grens te balanceren. Het is niet zo dat ik die speciaal opzoek, maar het is wel een van de dingen die hier spelen. De tentoonstelling gaat over heel huiselijke, dagdagelijkse dingen, die ik naar een ander niveau til.”

Anne Daems, De naaktslak had een vergeet-me-nietje in de mond #1 / The Slug Had a Forget-me-not in its Mouth #1, 2019, 56,5 × 76,5 cm., pencil, watercolor paint on 100% cotton archival quality watercolor paper, courtesy van de kunstenaar en Micheline Szwajcer Antwerpen

Tegelijk weet Daems de balans te houden door de subtiele humor die ze in de tentoonstelling brengt via ander werk dat ze toont. Ze vult de bloemenaquarellen aan met een reeks waarop we behalve bloemen ook slakken zien. “Ook dat is een realiteit: ik vind ze en moet er tegen zijn, omdat ze anders de tuin opeten. Zo heb ik er op een gegeven moment eentje gevonden met een vergeet-mij-nietje in de mond, daar komt de titel vandaan. De slakken tekenen is een manier om ermee om te gaan: ik voel me slecht dat ik ze verwijder en maak dat met de tekeningen een beetje goed.” In een tweede serie zet Daems de tomeloze energie en beweging op papier van de wormen die haar compost verwerken. “Het project gaat over de cirkel van het leven. Er zijn die heel vergankelijke bloemen en er is die compost en de wormen die daarvan leven. Alles hier is heel fragiel en vergankelijk, ook de klei die ik bewust ongebakken laat om de broosheid uit te spelen. Als een compositie kapotgaat, kan je die op de composthoop gooien, aan de wormen geven.”

We zien ook nog een derde reeks tekeningen van een stoel die telkens opnieuw onder een andere kleurrijke stapel kleren bedolven is. “Daar maak ik af en toe een tekening van, als hij weer helemaal veranderd is. Die werken gaan over de kleur en vorm. Als je van ver kijkt zie je een soort kleurrijke, organische sculptuur, die altijd verandert.” De reeks sluit aan op het thema van het huiselijke, maar staat verder wat los van de rest.

Aanwezig en geconcentreerd

Plooit Anne Daems zich in deze tentoonstelling naar binnen, en buigen we ons met haar over haar leven in huis en in de tuin, dan waren de eerste werken die ik van haar leerde kennen fotoreeksen die zich in een urbane, of sub-urbane omgeving afspeelden. Ze toonden mannen en vrouwen achter het stuur van hun auto, mensen met plastieken draagtassen vol boodschappen, een rokende vrouw achter een bushokje, of mensen die bezig waren om orde te scheppen in hun kleine voortuintje. De mensen van toen, zijn hier verdwenen. Toch is er volgens haar niet zoveel veranderd, als we haar ernaar vragen. “Ook op die foto’s, vaak genomen aan de rand van de stad, had je al tuinen waarin gewerkt werd. Er waren inderdaad mensen zichtbaar maar ze waren heel geconcentreerd bezig in hun eigen wereld. Dat is hier ook duidelijk zo: er is iemand heel aanwezig en geconcentreerd iets aan het doen, ook al is die persoon zelf er niet. En het werk gaat ook over meer dan de natuur alleen, het is een reflectie op de wereld, een visualisering van hoe ik daarmee omga.”

Anne Daems, Stoel Gustave Serrurier-Bovy bedekt met kledingsstukken #8, 2019, 36,5 × 26,5 cm. (unframed), pencil, watercolor paint on 100% cotton archival quality watercolor paper, courtesy van de kunstenaar en Micheline Szwajcer Antwerpen

Maar ook in veel andere opzichten ligt dit project in het verlengde van eerder werk van Daems. Zo maakte ze in 2008 My father’s garden, over de tuin van haar vader. Daarin trok hij twee Japanse theepaviljoens op, waarin hij Japanse vrouwen in prachtige kimono’s leert hoe ze theeceremonies moeten doen. Het Japanse oriëntalisme waarvan de film doortrokken was en wat in 2010 een vervolg kreeg in de ikebana waar Elegant Amusement deels om draaide, krijgt hier zijn weerklank in de tafeltjes die als sokkels functioneren. Die zijn speciaal laag om een goed zicht op de kleisculpturen mogelijk te maken. Maar doordat ze zo laag zijn, doen ze bovendien zeer Japans aan – zij het dat ook hier een portie humor komt binnensluipen door het absurd grote aantal dat in de galerie staat opgesteld.

Foto’s ontbreken hier, maar Daems fotografeert nog altijd. Zo maakte ze een hele reeks tijdens een residentie in Den Dolder, een groot domein met psychiatrische patiënten. “Het waren foto’s van 22 Producen van de dagbesteding. Het zijn allemaal objecten waarvan je je afvraagt wat ze zijn en wat ze met elkaar te maken hebben.” De beelden zijn totaal anders dan de eerdere foto’s die we van Daems kennen, droog en zakelijk, met objecten die er bij elkaar absurd uitzien. Maar ze voorzag ze van een index en door de tekst erbij – die dan weer sterk doet denken aan de tekstregels die ze vroeger onder haar tekeningen toevoegde – krijg je een ander verhaal. Ook hier ontstaat zo weer een gelaagd verhaal, wat zich niet onmiddellijk laat lezen. “Wat ik altijd belangrijk vind, is dat je dingen op verschillende manieren kunt bekijken. Dat een werk niet zomaar één ding is, maar dat er lagen in zijn en heel veel referenties zodat iedereen er zijn eigen ding in kan zien. Ik houd het graag een beetje mysterieus.”