Alles over kunst

Expo  HART Nr. 197

Film als kunstvorm

Andrei Tarkovsky in EYE Amsterdam
Gawan Fagard

Praktische info

Andrei Tarkovsky: The Exhibition tot 6 december EYE filmmuseum Amsterdam, IJpromenade 1, Amsterdam. Open ma-zo van 10-19 u. www.eyefilm.nl

Andrei Tarkovsky (1932-1986) is zonder twijfel een van de grootste cineasten die de Sovjet-Unie ooit heeft voortgebracht. Zonder twijfel beschouwde hij in zijn beperkte oeuvre – slechts zeven langspeelfilms en twee kortfilms – film als kunstvorm. Zijn werk zit vol verwijzingen: niet alleen naar de dichtkunst en de muziek, maar ook naar de beeldende kunst. Terwijl zijn films wemelen van beeldcitaten – van Leonardo da Vinci, Piero della Francesca, Pieter Bruegel en Caspar David Friedrich – ligt de Russische icoon met haar sacrale beeldtaal aan de basis van zijn oeuvre. Velen, onder wie Tarkovsky’s eigen zoon Andrei Jr. (die recent een documentaire uitbracht met beelden uit het familiearchief onder de titel Tarkovsky: Cinema Prayer) beschouwen deze beelden als poëtisch geladen, spiritueel evocatieve verschijningen op het witte doek, die aanzetten tot contemplatie.

Andrei Tarkovsky, Nostalghia (1983) (still). Alle rechten voorbehouden

Het persoonlijke archief van Tarkovsky

Indien Tarkovsky’s films beschouwd kunnen worden als kunst, al dan niet spiritueel evocatief, kan men zich afvragen wat vandaag de dag, meer dan dertig jaar na het overlijden van de regisseur, de werkingskracht is van zijn oeuvre en van zijn beelden. Dit is de vraag die EYE Amsterdam zich in Andrei Tarkovsky – The Exhibition heeft gesteld. Het antwoord op deze vraag is – als je het mij vraagt – dubbel.

Het is bij mijn weten de eerste keer dat er een overzichtstentoonstelling gewijd wordt aan het werk van de Russische regisseur. EYE Amsterdam zag in Tarkovsky een van de eerste grootmeesters van de auteursfilm die zich goed leent om tentoongesteld te worden. Volgens curator Jaap Guldemond had het de eerste tentoonstelling moeten zijn die het nieuwe museum in 2012 had moeten openen. Nu, zeven jaar na datum, is het eindelijk zover.

Het parcours is eenvoudig. Na een korte inleiding over enkele hoogtepunten uit het leven van Tarkovsky wordt de bezoeker door zeven secties geleid die elk overeenkomen met de zeven langspeelfilms. Elke sectie is voorzien van een lange vitrine met documenten die verband houden met de productie van de desbetreffende film. Originele met de hand getypte scenario’s, setfoto’s, notitieboekjes, brieven en schetsen zijn ter beschikking gesteld door het Instituto Internazionale Andrei Tarkovsky, dat vanuit Firenze door de zoon van de regisseur wordt beheerd. Een uitzonderlijke prestatie, als je weet dat Andrei Jr. afgelopen decennia slechts met mondjesmaat toegang verschafte tot dit archief, laat staan het publiekelijk tentoonstelde. Ondanks een duidelijke inspanning is deze bijdrage zeer summier: afgezien van de reeds uitgebreid gepubliceerde foto’s en talloze boeken aangevuld met enkele officiële documenten, vertellen de vitrines weinig over het intiemere artistieke werk van de cineast. Zo ontbreekt bijvoorbeeld zijn activiteit als dichter van haiku’s en – erg onbekend – zijn talent als tekenaar.
Aan de wand prijken de wereldberoemde polaroids, eveneens uit de Toscaanse collectie, voor het eerst te zien in de Lage Landen. Ze fungeren als het ware als een verbindingsstuk tussen Tarkovsky’s films en zijn privéleven. Het zijn instant snapshots die de melancholie vastleggen rond zijn ballingschapsperiode in de vroege jaren 80, toen hij naar aanleiding van de toenemende staatscensuur besloot om de Sovjet-Unie definitief te verlaten. Tarkovsky zette zijn leven verder in Italië, Duitsland, Zweden en tenslotte Frankrijk, waar hij in 1986 zou overlijden.

Her-sacralisering van het filmbeeld

Wat het meest in het oog springt en tegelijkertijd tot kritisch nadenken aanzet, zijn de monumentaal opgezette video-installaties. Op grote hangende schermen zien we fragmenten van de zeven langspeelfilms geprojecteerd. Het gaat niet enkel om single screen projecties, maar ook om een paar installaties met twee en zelfs drie schermen naast elkaar. Voor filmpuristen kan deze fragmentering en oneigenlijke presentatie van Tarkovsky’s werk tot ergernis leiden. Door filmfragmenten te presenteren, nauwkeurig uitgekozen door de curator, verknipt en versneden door een monteur, op grote filmdoeken geprojecteerd als een immersieve videotentoonstelling in de monumentale tentoonstellingshal van het EYE, dreigt Tarkovsky op één lijn te worden geplaatst met beeldende kunstenaars als David Claerbout, Stan Douglas of Bill Viola. Hoewel schatplichtig aan de filmgeschiedenis, heeft hun werk zich losgeweekt van de cinema pur sang. Tarkovsky wordt hier gepresenteerd als een gevierde en geliefde videokunstenaar, die zich de digitale media heeft eigen gemaakt om te experimenteren met complexe multiscreen opstellingen. Kan men een dergelijke operatie überhaupt post mortem doorvoeren en legitimeren? Dergelijke installaties waren in Tarkovsky’s tijd nog het marginale gebied van de experimentele film en de expanded cinema, een milieu waar de Sovjet-regisseur weinig tot geen voeling mee had, zelfs toen hij in de vroege jaren 80 naar het Westen migreerde.

(c) Studio Hans Wilschut

Wanneer je tegen het midden van het tentoonstellingsparcours geconfronteerd wordt met een indrukwekkende videowall van drie wide-angle schermen met fragmenten uit Tarkovsky’s magistrale epos Andrei Rubljov, kan je je niet ontdoen van de indruk dat er nog een andere beeldtransformatie aan het werk is. Zijn we hier getuige van een her-sacralisering van het filmbeeld? De drie schermen lijken wel een monumentale iconostase, een drieluik dat wordt opgetrokken in de ruimte tussen het profane en sacrale. Op het scherm links Tarkovsky’s versie van de Passie van Christus, rechts een brandende iconostase tijdens de inval van de Tataren, en in het midden kleurrijke close-ups van Rubjovs iconen uit de slotscène van de film.

Commodificatie of her-sacralisering van het beeld – twee zijden van hetzelfde vlijmscherpe mes. Tussen iconofilie en idolatrie ligt een dunne grens die het heiligenbeeld in no time in propaganda kan doen transformeren. Tarkovsky was zich maar al te bewust van het gemak waarmee beelden geïnstrumentaliseerd kunnen worden om het tegendeel te bereiken van de diepere werkelijkheid die doorheen datzelfde beeld schemert.

Houdbaarheidstest

Toch heeft de tentoonstelling een heel sereen en eenvoudig karakter, en verglijdt ze opmerkelijk genoeg nooit in potsierlijke kitsch of commerciële propaganda. Integendeel, het lijkt alsof de curatoren Tarkovsky’s beelden onderwerpen aan een houdbaarheidstest: wat betekenen, of meer nog, wat bewerkstelligen deze beelden vandaag, in een context waarin we in toenemende mate gewend zijn geraakt aan het consumeren van beelden op verschillende schermen tegelijkertijd, zonder lineaire samenhang, wars van elke verhaallijn, hoe summier ook. Tarkovsky’s unieke beeldentaal blijft in deze omstandigheden merkwaardig sterk overeind. Zijn filmbeelden zijn gekend voor complexe long takes, die zoals rivieren starten aan de bron, door een landschap van emoties meanderen, en tenslotte in de zee van het volgende beeld uitmonden. Zijn bewegende audio-beelden maken zich los van een niet-lineair georganiseerde structuur in een door innerlijke logica georkestreerde montage, en verworden zo tot ‘poëtisch beeld’.

Tarkovsky’s beelden dragen een directe, existentiële emotie in zich, genereren een onmiddellijke identificatie bij de toeschouwer, en evoceren met weinig middelen fundamentele vragen. Door hen te herorganiseren in de expositieruimte ontplooien ze, iconisch geworden in de filmgeschiedenis, een nieuwe verfrissende kracht. Tarkovsky roept ook vandaag, in een cultuur van vervlakking en doorgedreven beeldconsumptie, op om op zoek te gaan naar een beeldentaal die op radicaal subjectieve wijze stoelt op een innerlijk beeldvermogen waar droombeeld, herinnering, verlangen en creatie elkaar ontmoeten in de onbekende zone van de menselijke ziel, geprojecteerd op het zilveren scherm.

Uiteraard kan de ervaring van de tentoonstelling de werkelijke filmervaring niet vervangen, en zou het EYE geen filmmuseum zijn mochten ze aan de tentoonstelling geen retrospectieve gekoppeld hebben. Bovendien heeft het museum de rechten verworven om zes van Tarkovsky’s films in heel Nederland in de zalen te brengen. Uiteindelijk kan de tentoonstelling niet meer doen dan de ultieme toeleiding te zijn om het filmische werk van Andrei Tarkovsky te (her)ontdekken.