Alles over kunst

Expo  HART Nr. 197

Terug naar Aalst

ALIAS - de stadstentoonstelling van Netwerk Aalst
Pieter Vermeulen

Praktische info

Alias tot 1 december op verschillende locaties in Aalst. Open do-vr van 13-17u., za-zo van 11-17u. www.netwerkaalst.be

Twee weken op rij in Aalst, men zou er zich haast thuis gaan voelen: de ene keer voor een discussie over populisme bij ‘koude plat’, de week daarop om te palaveren over planten bij zelfgestookte jenever. Het zegt alles over het programma dat Netwerk Aalst poogt uit te bouwen, vaak in samenwerking met andere organisaties (in dit geval Bureau d’Alimentation en CIAP). Er waait een nieuwe wind door het lokale. Ik voel waar die vandaan komt maar nog niet waar die heen gaat – zeker niet in het huidige klimaat. Maar goed, er beweegt wat en dat is goed. Zoals nu met Alias, de artistieke schuilnaam waaronder Netwerk de stad infiltreert.

De stadstentoonstelling doet de naam van de organisatie alle eer aan: het programma steekt het water van de Dender over en vertakt zich over de rest van de stad. Artistieke interventies schieten als paddenstoelen uit de stedelijke grond en laten er hun sporen na. Tegelijk wil Netwerk zich meer dan ooit profileren als een open huis voor de verschillende gemeenschappen van de stad. En daarbij moet het niet eens altijd over kunst gaan. Hun publieksgerichte werking zet in op drie pijlers: Film, Kunst en Fabriek. Die laatste zoekt historisch aansluiting bij het Centrum voor Samenlevings-vernieuwing (CSV), de progressieve organisatie die in 1981 aan de basis lag van het ontstaan van Netwerk. Het centrum wil een actievere rol opnemen binnen het sociale weefsel en ook kunstenaars laten reflecteren over hun positie als (tijdelijke) burgers van de stad. Netwerk wil terug een vrijplaats worden, een plek voor parrhesia: vrijmoedig spreken. De bedoeling is om ook het institutioneel model af te stemmen op de noden van kunstenaars. Dat is een moeilijke evenwichtsoefening, erkent ook artistiek directeur (en co-curator van Alias) Pieternel Vermoortel, maar het is nog te vroeg om een oordeel te vellen.

Ria Pacquée. Alle rechten voorbehouden

Alias kadert binnen het tweejarige programma The Unreliable Protagonist dat in 2017 werd opgestart en dat investeert in duurzame samenwerkingen met kunstenaars op lange termijn. In Netwerk toont Ghislaine Leung het derde deel van haar project VIOLETS, waarbij de partnerinstellingen van Alias de hoofdrolspelers worden. Elk geven zij één of enkele voorwerpen in bruikleen, die samen met de betreffende documenten tentoongesteld worden. Ook The Empire of Law, het langdurig onderzoek van Daniela Ortiz over thema’s als geschiedschrijving, migratie, kolonialisme en rechtvaardigheid, wordt hier beklonken met een – ietwat moralistisch – videowerk (een coproductie van Netwerk, Contour Biennale 9 en KADIST) dat de kunstenaar zo breed mogelijk tracht te verspreiden.

Op de eerste verdieping voert Omar A. Chowdury het personage Stijn op over een politiek gevoelig onderwerp: een Aalsterse jongen die zich tot de Islam bekeerd heeft. De filmische installatie, met theatergordijnen en verschillende schermen, weerspiegelt de gebroken, onbetrouwbare narratieve structuur van dit indringende, semi-fictieve portret. Om de hoek van Netwerk treffen we een installatie aan op straat, de biotoop van de onvergelijkbare Ria Pacquée. Voorwerpen als een stoel, kookpot of boodschappenkar, schijnbaar achteloos gedumpt op straat en toch met kettingen vastgeklonken. Of: hoe blijvend gestalte willen geven aan de vluchtigheid van het dagelijkse straatbeeld. Monumentaler is de sublieme, kleurrijke installatie van Tai Shani die genomineerd werd voor de prestigieuze Turner Prize. Haar video’s voegen een poëtisch-feministische laag toe aan haar beeldend werk.

Wendy Morris. Alle rechten voorbehouden

De lokale context

Maar het is ongetwijfeld Wendy Morris die de show steelt in Aalst, met haar artistiek onderzoek naar de 17de-eeuwse Afrikaanse vroedvrouw Maaij Claesje. Haar werk vertrekt van een opvatting van de oude Grieken, dat de baarmoeder in het lichaam zou rondwaren en andere organen zou aanvallen. De manier waarop Morris dit weet te koppelen aan de lokale context is zonder meer opzienbarend. Zo heeft ze een prachtige audio-installatie gebouwd onder een zeldzame vrouwelijke (en oeroude) Ginkgo biloba-boom die in het najaar zijn onwelriekende zaden verspreidt. Op deze plek organiseerde ze ook een publieke, mystiek getinte ceremonie met muzikanten en druïden. Elders in de stad heeft de kunstenaar geneeskundige kruiden laten planten, in nauw overleg met Bart Backaert, hoofd van de groendienst in Aalst. Overigens zelden iemand met zo’n begeestering en kennis van zaken over de lokale bomen en planten horen praten. Het tijdelijk atelier van Wendy Morris ligt vlakbij, waar de vermeende esoterie rond plantengeneeskunde de wetenschappelijke onderbouw krijgt die ze verdient. In hetzelfde gebouw ook een video van Bianca Baldi, diepzinnig en humoristisch – een pronkstuk op zich dus, maar jammerlijk ondergebracht in een te kleine zolderkamer.

Midden in het stadscentrum, op de gevel van de Aalsterse belforttoren, lezen we het opschrift Nec spe, nec metu (noch door hoop, noch door vrees), dat ons niet alleen aan Spinoza doet denken maar ook aan Deleuze: Il n’y a pas lieu de craindre ou d’espérer, mais de chercher de nouvelles armes. De foto- en video-installatie van Virginia Lupu – op het gelijkvloers van de toren – werpt een blik op occulte black magic-praktijken in de Romagemeenschappen van Roemenië. Een blik die tegelijk een knipoog is naar het machtsbastion waarin het werk zich bevindt.

Bianca Baldi. Alle rechten voorbehouden

Op zo’n momenten blijkt maar hoe Alias een gezonde, kritische afstand behoudt tegenover elke vorm van city marketing en politieke recuperatie. Alias neemt niet alleen het begrip van auteurschap, maar ook dat van autoriteit op de korrel. Artistieke strategieën als fictie, autofictie of parafictie worden naar een operationeel niveau getild. De stadstentoonstelling zet in op decentralisatie en weet op slinkse wijze vastgeroeste verwachtingspatronen uit te dagen. De hoofdzakelijk vrouwelijke kunstenaarslijst is daar slechts een onderdeel van. Er zijn ook de diverse samenwerkingen en publieke activiteiten, en vooral een oprechte interesse in het lokale weefsel. Of daarmee ook de doorsnee stadsbewoner in de armen gesloten wordt, blijft natuurlijk de vraag. De teksten uit de bezoekersgids lijken alvast weinig compromissen te maken. Maar wie weet blinkt Netwerk binnenkort uit in nog meer gastvrijheid. Ik denk alvast verder na over twee aloude begrippen: terugkeren en thuiskomen. Hop, de trein op!