Alles over kunst

Artikel

Massale solidariteit tegen besparingen in de kunsten

Pieter Vermeulen

Dinsdagavond 12 november, actievergadering in de Beursschouwburg te Brussel. De bar op het gelijkvloers zit afgeladen vol, de mensenmassa reikt tot buiten. Een overrompeling als dit viel te verwachten in het licht van de recent aangekondigde besparingen, die nog het meest inhakken op de projectsubsidies: 60 procent, van 8,47 miljoen naar 3,39 miljoen. Via een last-minute call to action besluit de - overwegend Vlaamse - kunstensector (kunstenaars, zangers, acteurs, beleidsmakers, directeurs, technici, curatoren, ...) de koppen bijeen te steken.

foto: PV

Inleidende speeches, die het aanwezige publiek moeten opwarmen, worden verzorgd door onder meer acteur Michael Pas die oproept tot transversale solidariteit in de sector, en Kunstenpunt-directeur Ann Overbergh, die doordacht overleg boven impulsieve acties stelt. Nadien wordt het aanwezige publiek verdeeld in vier werkgroepen: een eerste rond publieke opinie (gemodereerd door o.m. Annelies Van Parys en Gaea Schoeters), een tweede rond beleid en politiek (gemodereerd door o.m. Els Silvrants-Barclay en Johan Van Assche), een derde rond allianties en co-producties (gemodereerd door Wouter Hillaert en Lieve Franssen) en een vierde rond solidariteit binnen de kunstensector (gemodereerd door o.m. Ann Overbergh en Sarah Smolders). De praktische organisatie van zo’n geïmproviseerde samenkomst blijkt niet eenvoudig, te meer omdat er niet altijd geluidsversterking voorzien is in de grote groepen. Maar die technische euvels leken het engagement alvast niet te dempen. Vanuit de beeldende kunstensector zijn er opvallend veel jonge mensen aanwezig, en niet toevallig. Hun nabije en verre toekomst staat duidelijk op het spel in het huidige politieke klimaat. In de bruine kroeg Le Coq, vlak naast de Beursschouwburg, ben ik omringd door jonge, professionele kunstenaars. Iedereen is duidelijk aangedaan door de draconische besparingsmaatregelen. Ik neem de temperatuur op bij enkele van hen.

William Ludwig Lutgens is al een tijdlang in overleg met de vakbond om het kunstenaarsstatuut te bekomen en vreest nu dat hij zijn professionele activiteiten als kunstenaar steeds minder zal weten te staven door het nijpend tekort aan geld en opportuniteiten. Zelfs het vooruitzicht van een kleine expo in het cultuurcentrum te Pelt dreigt hiermee in het gedrang te komen, zo voegt hij bekommerd toe. Beeldende kunstenaars zien dus niet alleen af van de hakbijl in de projectsubsidies, ook van de kaasschaaf op het budget van culturele instellingen worden zij onrechtstreeks het slachtoffer.

Tal van kleine en middelgrote kunstorganisaties spelen een cruciale rol in de prille professionalisering van kunstenaars, en zij komen meer dan ooit onder vuur te liggen. Zoals Koba De Meutter het zegt: “Hoe moet het nu verder met die 20’ers en 30’ers? Organisaties als Croxhapox in Gent of Voorkamer in Lier (gestopt in 2017, pv) hebben veel voor mijn professionele ontwikkeling betekend, maar wie gaat nu die rol opnemen? De onzekerheid rond het kunstenaarsbestaan is er altijd al geweest, maar die wordt nu alleen maar verstrekt. Een atelier huren, werk maken, het is een kostbare bezigheid. Voor de overheid lijkt het evident dat je zelf inkomsten genereert, maar dat is het absoluut niet. Het is best vreemd hoe wij als kunstenaars worden gepercipieerd. Als ik twee jaar geleden geen ontwikkelingsbeurs had gekregen, weet ik niet waar ik vandaag had gestaan.”

Maar het gaat lang niet alleen over het financiële plaatje. Multimediakunstenaar Stef Van Looveren: “Ik ben vooral bezorgd omdat er zo’n groot ‘slot’ komt op de jonge generatie van kunstenaars die met nieuwe ideeën komt en een andere spiegel voorhoudt van wat er leeft in de samenleving. Daardoor ontstaat er een culturele gemeenschap en leren we dingen van elkaar te begrijpen. Dat wordt nu onmogelijk gemaakt omdat de middelen er niet meer zijn. Maar ook de grote organisaties moeten inkrimpen en die gaan natuurlijk onderaan beginnen. Daardoor dreigen we te herhalen wat we al kennen en weten, en dat is simpelweg nefast.”

foto: PV

Verrassend veel uitgesproken meningen dus bij - eerder jonge - beeldende kunstenaars, die het belang van solidariteit benadrukken. Maar hoe zit het bij kunstenaarsorganisatie en belangenvereniging NICC? Bestuurslid Cel Crabeels is ook in de Beursschouwburg: “Toen we het nieuws van de besparingen op cultuur vernamen, zijn we ons eigen programma gaan herbekijken. We hadden een soort crisisberaad om te zien hoe we met de huidige situatie moeten omgaan. We hebben toen beslist om de Lodgers-ruimte die we van M HKA ter beschikking krijgen (op de bovenste verdieping, pv), om te vormen tot een open ruimte waar debatten als vandaag elke week kunnen plaatsvinden. NICC blijft een organisatie door en voor kunstenaars. We hebben het geluk dat we voorlopig nog een klein beetje middelen krijgen, maar de toekomst blijft onzeker. Het komt er nu op aan om de faciliteiten en de expertise die we hebben vrij te geven en iedereen te laten participeren. Wat kunnen we als kunstenaars doen? Dat is natuurlijk een precaire vraag.”

Inderdaad, wat te doen? De vraag lijkt op ieders lippen te liggen. Kunstenaar Rune Peitersen woont in Brussel en is medeoprichter en bestuurslid van Platform Beeldende Kunsten in Nederland, waar een gelijkaardige besparingsgolf zich acht jaar geleden al voordeed. “Ik heb een sterk déjà vu-gevoel. De situatie is weliswaar anders maar het idee is hetzelfde: de kunstsector monddood maken. Er wordt ingezet op erfgoed en grote instellingen, toptalenten, internationalisering enzovoort, maar dat worden de paradepaardjes van een bepaald verhaal, in dit geval het Vlaams nationalisme. Maar het gaat niet alleen daarover, het gaat gewoon over een neoliberaal beleid. Ik maakte net deel uit van een van de werkgroepen, met tal van goede en creatieve ideeën, maar de kern van de zaak is: in wat voor samenleving willen we leven? Hoe willen we die inrichten? Hoe sterk moet onze publieke sector zijn? De kunstensector en de kunstenaars moeten zich bewust worden van de rol die zij hierin spelen. Het gaat om iets groters dan alleen maar de kunsten. Het is belangrijk dat vanuit de kunstwereld wordt ingezet op een socialer verhaal dat verder gaat dan ‘we willen ons geld terug’. Zo haal je het niet. Organisaties als Hart Boven Hard zijn daar al lang mee bezig.”

Ronny Heiremans, kunstenaar en medeoprichter van het onderzoeksproject Caveat, acht het ook van belang om de besparingspolitiek te situeren in een ruimer kader. Vijf miljoen minder is daardoor niet zijn grootste zorg. “Er wordt een neoliberale rationaliteit geïnstalleerd waar we zogezegd allemaal deel van uitmaken, maar we vinden niet de manier om uit te drukken dat we het daarmee oneens zijn. De politiek verleidt mensen met een identitair discours en tegelijk wordt het sociale weefsel afgebroken in plaats van het uit te bouwen. Ik ben vooral hier vanavond om er mee voor te zorgen dat de kunstsector begrijpt waar ze voor staat en wat ze moet doen. Het mag niet enkel over onszelf gaan. De kunstwereld is een proefterrein om te zien hoe ver je kan gaan met het ondermijnen van een middenveld om een bepaald soort ideologie te installeren. Dat verhaal is al lang bezig en komt nu op kruissnelheid. In landen als Groot-Brittannië of de Verenigde Staten is dat al veel verder gevorderd. Ik geloof echter in een model van dialoog en samenwerking, en daarvoor is dat sociaal weefsel zo belangrijk. De voornaamste misvatting van het culturele veld is dat er werd uitgekeken naar een nieuwe minister van cultuur, en die is er niet. We hebben een minister-president die cultuur erbij neemt. Binnen de politieke verdeel-en-heers-strategie en het besparingsbeleid is de individuele kunstenaar duidelijk de zwakste schakel.”

Teken de petitie tegen de aangekondigde besparingen hier.