Alles over kunst

Column | Kunst in Quarantaine

My Corona – 6 april

Jordi Geirlant

Als Kleine Kunstcollectioneur schrijf ik elke dag dit rubriekje, zo lang de corona-quarantaine duurt. Trouwe lezers kennen het principe intussen al: omdat musea en galeries gesloten zijn, kunnen we geen kunst meer gaan kijken. Dus kijken we elke dag naar een ander werkje uit onze eigen Kleine Kunstcollectie. En omdat restaurants ook dicht zijn, moeten we alle dagen zelf eten maken. Dus laten we u mee genieten van onze goede, oude Vlaamse keuken.

Kent u dat nog? Zondag Josdag? Dat was ooit een ellendig programma op de Vlaamse tv-zender VTM met de onuitstaanbare Jos Ghysen, tenenkrullend. Maar het was wel de aanleiding voor mij om een nieuwe titel te bedenken voor iets wat ik nu al vele jaren volhoud: Zondag Frietdag! En dat zowel thuis als aan zee: frieten met biefsteak of kip, kropsla, krulsla, veldsla, witloof of waterkers enzovoorts. Gisteren was het dus weer zo ver.

Het werd een ramp. Ik was vorige week naar de topslager gegaan en had mij daar, naast enkele andere vleeswaren (het buikspek!) twee mooie steaks Piemontese aangeschaft, afkomstig uit het noorden van Italië, regio Alba. Gevoed met grassen en alpenkruiden. Misschien wel het meest gevleesde rund van Italië. Mager, supermals vlees dat mooi bruin bakt in de pan en vooral bekend is om zijn cholesterolarm vlees. Fluwelig van structuur. Dat weet ik niet van mezelf, wel van de topslager.

Alleen dacht ik dat die goede man op mijn vraag de twee lapjes vacuüm had getrokken, omdat ik ze toch wel vier-vijf dagen in de koelkast wilde houden. Toen ik gisteren de verpakking open maakte bleek dat niet zo te zijn: ze zaten gewoon in bebloed papier, het vlees had een grijze, in plaats van rode kleur. Toch probeerde ik het nog te bakken, maar het was hopeloos. Ik heb de Jamie Oliver-pan tegen de muur gekeild en mijn eega en ik moesten het stellen met overigens fantastische, handgemaakte frietjes, witloof met veldsla en mayonaise. Niks meer. Een maaltijd die vegetariërs als decadent zouden beschouwen.

De muur waar ik de pan denkbeeldig tegenaan had gekeild is ook de gastheer van een fraai kunstwerk uit onze Kleine Kunstcollectie: ‘Middle Column’ (2011, 60 x 90 cm) van Berend Strik. Dat is een Nederlandse kunstenaar - ja, we kopen niet alleen Belgisch - die foto’s te lijf gaat met de naaimachine. Die foto’s (snapshots, noemt hij ze zelf) bewerkt hij, om het beeld tastbaar te maken. Laten we Berend Strik zelf even aan het woord, want wie kan het beter uitleggen dan de kunstenaar zelve: “Met het reliëf dat door de bewerking met stof en draad ontstaat, tart je als het ware de derde dimensie. Het beeld beweegt zich daar tussenin. Er ontstaat ruimte tussen het letterlijk ‘platte’ beeld en het reliëf waarvan ik het heb voorzien. De pornografische foto’s die ik heb bewerkt, zijn hier een voorbeeld van. Door de foto’s te bestikken, verwijder ik het puur pornografische.”

Zo’n bewerkte pornofoto heb ik niet, die waren meteen uitverkocht. ‘Middle Column’ toont een grote, schragende paal, geheel blauw bestikt, in een ruimte die op een opslagloods lijkt. Alleen als je het beeld aanraakt, merk en voel je de draden. Ook op andere plekken is het werk, letterlijk en figuurlijk, genaaid. Zoals ik genaaid werd door mijn topslager en de mislukte stukken biefsteak langzaam van de muur zag schuiven. Of is dat weerom, zoals met elk kunstwerk, pure inbeelding?

Tot morgen.