Alles over kunst

Column | Kunst in Quarantaine

My Corona – 2 april

Jordi Geirlant

Als Kleine Kunstcollectioneur schrijf ik elke dag dit rubriekje, zo lang de corona-quarantaine duurt. Trouwe lezers kennen het principe intussen al: omdat musea en galeries gesloten zijn, kunnen we geen kunst meer gaan kijken. Dus kijken we elke dag naar een ander werkje uit onze eigen Kleine Kunstcollectie. En omdat restaurants ook dicht zijn, moeten we alle dagen zelf eten maken. Dus laten we u mee genieten van onze goede, oude Vlaamse keuken.

Omdat het de laatste koude dagen worden – als we de weerberichten mogen geloven – willen we nog enkele typische wintergroenten consumeren. Savooi had onze groenteboer niet meer, maar prei en spruitjes nog wel. Gisteren aten mijn eega en ik dus prei, een wat saaie groente, maar toch wel lekker. Wist u overigens dat prei een plant is uit de lookfamilie? Ik niet.Wij gebruiken niet enkel het witte gedeelte van de stengel, maar ook het lichtgroene, want daar vinden we toch meer smaak in zitten. Normaal houden we ook de donkergroene partjes bij, als ingrediënt voor een maaltijdsoep, maar dat deden we deze keer niet. Op een receptensite vond ik dat je prei moet koken, maar dat is onzin: je kan hem ook wokken of stoven in boter, waarbij je wel af en toe een scheutje water aan de pruttelende prei moet toevoegen.

Als vlees – tja, we zijn niet echt vegetariër – kozen we voor een blinde vink van kalfsgehakt, omwikkeld met een lapje kalfsvlees, dat we eerst kort opbakten, om nadien traag te laten garen in een potje met half gesloten deksel. Een variant die we eerder al enkele keren uitprobeerden was prei met ham en kaas, het moet niet altijd witloof zijn. Ook lekker.

Als kunstwerkje uit onze eigen Kleine Kunstcollectie vermeien we even bij een olieverf op karton (24 x 17 cm) van Mario De Brabandere (1963), een Gentse kunstenaar die als geen ander zijn eigen weg koos en kiest. We schreven het eerder al in HART: hij is, zoals zo vaak wordt gezegd, een artist’s artist, maar daar komt de jongste jaren toch wel enige verandering in. Hij heeft trouwe collectioneurs, die zijn werk op de voet volgen (en kopen). Mario De Brabandere heeft iets in zich van wat ook de iconische kunstenaar René Heyvaert (1929-1984) kenmerkte: vanuit ogenschijnlijk simpele materialen en composities een heel eigen kunst creëren die uitmunt in subtiel evenwicht en uitpuring. Jan Hoet zei over De Brabandere: “Zijn werk is even contemplatief als complex, even gecontroleerd en afgewogen als spontaan. Dit werk intrigeert vooral door zijn eenvoud, een onschuldige klaarheid die de geheimen bevat van zijn noodzakelijkheid ons de schoonheid van zijn omgeving te openbaren.”

Over die ‘schoonheid van zijn omgeving’ kunnen we ons vragen stellen, want daar gaat het volgens ons niet om: Mario De Brabandere interpreteert niet alleen de schoonheid, maar ook en vooral de lelijkheid en het alledaagse van die omgeving. Zo alledaags als ook prei dat kan zijn. Wat hebben prei en kunst met elkaar gemeen? Veel, zo niet alles.

Tot morgen.