Alles over kunst

Column | Kunst in Quarantaine

My Corona – 13 april

Jordi  Geirlant

Als Kleine Kunstcollectioneur schrijf ik elke dag dit rubriekje, zo lang de corona-quarantaine duurt. Trouwe lezers kennen het principe intussen al: omdat musea en galeries gesloten zijn, kunnen we geen kunst meer gaan kijken. Dus kijken we elke dag naar een ander werkje uit onze eigen Kleine Kunstcollectie. En omdat restaurants ook dicht zijn, moeten we alle dagen zelf eten maken. Dus laten we u mee genieten van onze goede, oude Vlaamse keuken.

Ik doe het zelf ook natuurlijk, maar het valt op hoe er op de sociale media gekookt, gebakken, gegaard en gestoofd wordt. Alleen al in mijn eigen Facebook-groep presenteren vier ‘vrienden’ (allemaal mannen!) geregeld een gerecht, en ook elders (WhatsApp, Messenger…) kringelt de rook en bakgeur uit mijn iPhone. Alleen op LinkedIn kwam ik nog niks tegen en op Twitter, Instagram en TikTok zit ik niet. Dat is voor kleine kinderen.

Wat opvalt is dat haast iedereen zijn best doet om zo speciaal, uniek en vernieuwend mogelijk te koken. Terwijl My Corona het simpel en traditioneel wil houden, zodat we op onze, vaderlandslievende manier meewerken aan een stukje Vlaamse Canon. Overigens, wordt daar nog aan voortgebouwd in deze virale tijden?

Tot mijn verbazing ontdekten mijn eega en ik dat zowat de meest ouderwets-Vlaamse groente nog niet in My Corona terecht is gekomen: bloemkool met bechamelsaus! Over bechamelsaus hadden we het al eerder in dit rubriekje (9 april) en bloemkool is daar de meest aangewezen groente voor, anders wordt het allemaal wat droog. Bij de geplette aardappelen-met-boter serveerden we toch een internationaal getint vleesje: merguez! Daar gaat die Canon.

Totnogtoe heb ik negentien kunstenaars belicht over hun werk in onze Kleine Kunstcollectie. Tot mijn schande moet ik vaststellen dat dat vijftien mannen en slechts vier vrouwen waren. Tijd dus voor een vijfde vrouw (er volgen er nog) en wie anders kan dat zijn dan Tinka Pittoors? Drie werken hebben wij van haar. Paloma Dreamings I is een rastersculptuur in epoxy met een duifje (de Paloma) er op, en Statutory Planning I is een metalen staander met een wolkje van bollen in epoxy, groen en geel geverfd, als een boeket. Als je raster en staander tegen elkaar schuift - zoals wij dat deden - krijg je een prachtige sculptuur. En we bezitten ook de eerste van twintig edities van de lichtbak Dysideological Diplomacy, met een fotobeeld uit Tinka’s atelier, waar je een stukje bureau en enkele sculpturen op ziet, met op de achtergrond kleurige potjes, waar misschien wel virussen in worden gekweekt. ’s Avonds aan te steken met een ledlampje, je creërt zo een speciaal sfeertje, want ik schreef het eerder al: "Bij Tinka Pittoors bekijk je geen autonome, afzonderlijk opgestelde, fraai ingelijste of op klassieke sokkels geplaatste kunstobjecten, je ondergaat een belevenis, een trip. Door die ogenschijnlijke lichtheid reikt ze de kijker de hand om hem of haar binnen te lokken en dan met een snok in de donkerte te trekken. Want onder de kleurrijke, prettig gestoorde lagen schuilen ook ongemak en onrust. Tinka Pittoors maakt, als een Alice in Wonderland, duidelijk hoezeer vrolijkheid en dreiging kunnen samengaan."

Tot morgen.