Alles over kunst

Artikel

'Alles moet heroverwogen kunnen worden'

Kanal - Centre Pompidou: Oproep tot dialoog
Anne Pontégnie

Anne Pontégnie maakt deel uit van de academische en wetenschappelijke adviescommissie van Kanal – Centre Pompidou. Ze pleit voor een collectief reflectieproces alvorens beslissingen te nemen of benoemingen uit te reiken naar aanloop van de opening van het project in 2023.

Alle rechten voorbehouden

« Nadat ik als adviseur deelnam aan het winnende architectuurproject voor de wedstrijd, uitgeschreven voor de renovatie van het Citroën-gebouw, werd ik uitgenodigd om lid te worden van de academische en wetenschappelijke adviescommissie van Kanal. Het bestaan van die adviescommissie (Comité Académique et Scientifique of CAAS) is een voorwaarde die in 2018 werd vastgelegd in een beheercontract tussen Kanal en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Het oprichten van een academische en wetenschappelijke adviescommissie met het oog op het verdiepen van het intellectuele werk ten aanzien van de samenstelling van het verhaal van een nieuw cultureel en socio-cultureel museum in de 21ste eeuw in de hoofdstad van Europa.

De CAAS bestaat uit twaalf leden die in januari 2019 voor het eerst bijeenkwamen onder het voorzitterschap van Yves Goldstein (directeur van Stichting Kanal) en Bernard Blistène (directeur van Centre Pompidou). Wat mij daar meteen opviel, was de culturele, sociale en generationele homogeniteit van de commissie. Naar aanleiding van een onderzoek van Katerina Gregos en mijzelf, stelde Yves Goldstein voor om de commissie te verdubbelen door er een effectievere en inclusievere commissie aan toe te voegen en daarmee naar collectief en democratisch overleg toe te werken tot de opening van Kanal: Zoals goedgekeurd tijdens de laatste CAAS, zal de missie van de commissie zijn om een discursief Kanal-programma samen te stellen dat open is voor het publiek tijdens de bouwwerken. Het doel van deze discursieve component is om een reflectie op gang te brengen over de kwestie van het museum in het algemeen en het Kanal-project in het bijzonder met het oog op de opening, voorzien in 2023.

Helaas is er niks gebeurd na de ontvangst van dit bericht in oktober 2019.

Ter voorbereiding van het geplande discursieve programma had ik verschillende leden van Brusselse verenigingen ontmoet die actief zijn op het gebied van sociale en culturele inclusie, dekolonisatie en ecologie: toegewijde, moedige en genereuze mensen, die geloofden in een project als Kanal als drager van een langverwacht veranderingsproces. Het lijkt me onmogelijk hun perspectieven niet in acht te nemen.

Kanal heeft het geluk te zijn ontstaan in een context die nog nooit zo bevorderlijk is geweest voor transformatie. De hedendaagse kunst, de culturele wereld als geheel en hun instellingen maken een periode door van intense bevraging. De vraag naar verandering schudt de grootste musea door elkaar, overal ter wereld. Diversiteit, inclusie, de klimaatcrisis, sociale rechtvaardigheid, dekolonisatie (van ideeën en plaatsen), dialoog tussen gemeenschappen, de explosie van de canons van moderne en hedendaagse kunst zijn allemaal vraagstukken die, als ze elkaar onderling versterken, een ongelooflijke kans creëren om kunst en samenleving opnieuw met elkaar te verbinden. In contrast met de totale polarisatie van belangen en gemeenschappen kan een plek als Kanal juist een plek van dialoog zijn, waarin verschillende uiteenlopende stemmen zich kunnen uitdrukken, elkaar kunnen ontmoeten en elkaar beter leren begrijpen. Maar het realiseren van zo’n plek vereist een intens proces van collectieve reflectie en een vernieuwing van actoren. Alles moet heroverwogen kunnen worden, niet in het minst de eigen structuur.

In Brussel, in België, kennen we artistieke instellingen geleid door directeurs (je kan hier gerust de mannelijke term gebruiken), die almachtig op hun post zitten met onbeperkte mandaten. We weten hoe in diezelfde instellingen zelfgenoegzame raden van bestuur, onder leiding van vertegenwoordigers van de economische macht, het management ondersteunen in plaats van zich bezig te houden met het voorkomen van excessen, (machts)misbruik of andere inbreuken. Samen nemen directeurs en raden van bestuur deel aan een status quo die de zittende machthebbers geruststelt maar de bevolking, die hen nochtans subsidieert, berooft van instrumenten, aangepast aan hun behoeften.

De huidige situatie in Kanal doet vrezen voor een reproductie van dit al te gekende model.

Nochtans is er in Brussel, in België en in Europa een enorm aanbod aan mensen met kennis van zaken die in staat zijn om hedendaagse kwesties aan te pakken en nieuwe instellingen vorm te geven. Voorbeelden van mogelijke transformaties bestaan en kunnen ons helpen bij het samenstellen van de nieuwe plek die we nodig hebben. Deze projecten worden geleid door mensen wier sociale, culturele en generationele diversiteit momenteel in al onze instellingen ontbreekt. Er zijn geen juiste personen die toevallig komen aanwaaien. Om actief een samenleving te bouwen, moet de directie van Kanal-Centre Pompidou luisteren naar de krachten die vandaag spelen en hen hun volledige ruimte geven.

In plaats van te worden gereduceerd tot een paar façade-debatten, zou de pauze van januari 2021 de aanleiding kunnen zijn voor een echte mobilisatie. We kunnen ons collectief en individueel voorbereiden om een reeks specificaties op tafel te leggen en te eisen dat daar rekening mee wordt gehouden door Kanal's huidige directie en door de politieke betrokkenen. Ter voorbereiding daarvan, vraag ik Kanal-Pompidou om een publiek register op zijn site te openen waar grieven en voorstellen kunnen verzameld worden. Anders kunnen we er zelf een opstellen.

Ik zou willen dat de politieke betrokkenen, de raad van bestuur en de directeur van Kanal en de directeur van het Pompidou-centrum deze brief lezen als een oproep tot verantwoordelijkheid en dialoog. Ze hebben een buitengewoon potentieel in handen en daarbovenop een zeer substantieel budget, iets wat een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Accepteren om een deel van hun macht af te staan en deze te delen, is de noodzakelijke voorwaarde voor de volledige ontwikkeling van een project dat uiteindelijk van ons allemaal is.