Alles over kunst

Kunstenaarsportret

Lubumbashi Rules

BelgianArtPrize: Sammy Baloji
Phillip Van den Bossche

Praktische info

La Biennale de Lubumbashi, 24 oktober - 24 november 2019. www.biennaledelubumbashi.org

Naar aanleiding van de BelgianArtPrize en de daaraan gekoppelde tentoonstelling in BOZAR in maart 2020, stellen we u vanaf nu elke maand een van de vijf laureaten voor. Voor elk portret vragen we iemand die goed vertrouwd is met het werk van de kunstenaar een portret van hem/haar te schetsen. Beginnen doen we met Sammy Baloji, met wie curator Phillip Van den Bossche meermaals heeft samengewerkt.

Sammy Baloji, Hunting and Collecting, Biennale de Lyon, 2015. (c) Sammy Baloji
Alles draait rond de mijn. Het koper wordt gesmolten, geplooid, geknipt en gewalst. De draad krijgt in de film een geschiedenis. Lengte, breedte en dikte worden gecontroleerd. Machinegeluiden gaan over in zangstemmen. Het koor volgt de productielijn. Af en toe verschijnt een tekst in beeld: ‘The metaphor of memory, just as the metaphor of African space, is not merely of the symbolic order.’ Sammy Baloji brengt in de video *Tales of the Copper Cross Garden: Episode I* uit 2017 geheugen en geschiedenis samen. Wat is vergeten geraakt en wat is uit het verhaal weggelaten? Sinds 2005 wordt zijn artistieke praktijk door deze vraag en de dubbele verhouding tussen herinneren en weten steeds weer op gang gezet. De video zal als installatie in maart 2020 deel uitmaken van zijn tentoonstellingsbijdrage als genomineerde voor de BelgianArtPrize.

Sammy Baloji woont en werkt sinds 2010 afwisselend in Brussel en Lubumbashi, waar hij in 1978 is geboren. Op de officiële vlag van de provinciehoofdstad van Haut-Katanga in de Democratische Republiek Congo, prijken drie kruisen. Ze verwijzen naar de handa, het koperen Katangakruis (croisette) dat eeuwenlang als transport-, prestige- en geldmiddel is gebruikt. De oudste sporen van koperontginning dateren trouwens uit de 4e eeuw en zijn niet ver van Lubumbashi opgegraven, waar tot op heden een hoge mijnberg nog veel over de urbanisatie en het ontstaan van de stad vertelt. De opnames van het jongenskoor in Tales of the Copper Cross Garden komen uit de jaren veertig, van La Chorale des Chanteurs à la Croix de Cuivre. Ze dragen een Katangakruis op hun witte gewaden. Het koor is in 1937 door pastoor Anschaire Lamoral in Elisabethville opgericht. Het Belgisch koloniaal bestuur geeft in 1910 de naam aan de mijnstad (het wordt pas Lubumbashi in 1966, de vroege Mobutu-jaren).

Deze gegevens maken deel uit van Sammy Baloji’s onderzoek en worden kort in de inleiding van de film toegelicht, met name dat de koorarrangementen afkomstig zijn van de leerling en latere opvolger van de Belgische missionaris, de componist en muziekprofessor Joseph Kiwele (1912-1961). Door het gebruik van geluid in film ervaar je als toeschouwer een positie. De toevoeging van tekst bovenop de beelden is een ander narratief middel. Baloji citeert de Congolese filosoof en schrijver Valentin Yves Mudimbé: “All memory is part of life and of a history in movement and therefore of its omissions. Far from opposing each other, then, it is clear that ‘African’ memories – ancient and colonial – complement each other. I think I embody them.” Nog een klein geschiedkundig feit over het koperen Katangakruis: in 1960 wordt de provincie, rijk aan mineralen, met steun van de Belgische zakenwereld tot republiek uitgeroepen; drie jaar lang komt de ‘croisette’ in drievoud op de vlag en de munt te staan. In de hoofdstad Kinshasa speelt zich op hetzelfde ogenblik een ander politiek en koninklijk gesteund scenario af.

Requiem voor een ‘opgedroogde bron’

Sammy Baloji, Tales of the Copper Cross Garden: Episode I, geregisseerd door Sammy Baloji, gemonteerd door Simon Arazi, 45’, België 2017. foto’s Eva Broekema
*Tales of the Copper Cross Garden* is in meerdere opzichten een sleutelwerk. De trage maar uiterst geconcentreerde, opeenvolgende beelden van de koperproductie roepen de idee van een requiem op, een mis opgedragen aan een ‘opgedroogde’ bron. De koperproductie is zo goed als stil gevallen of beter, niet meer wat het ‘oorspronkelijk’ is geweest. De camera registreert vanuit een hoger standpunt de bijna lege fabriek. Vanuit een bepaald perspectief waren de hoogdagen niet in Lubumbashi maar in Elisabethville. De vraag is tot welke menselijke kost. Tegelijkertijd geeft Baloji met zijn werkwijze een tweede betekenislaag. Hij is bekend geworden door archiefmateriaal in dialoog te brengen met hedendaagse ‘context-fotografie’. Ik ga hier nog verder op in. Maar ik heb als bevoorrechte kijker het ontstaan en de montage van de film kunnen volgen en pas achteraf is me iets duidelijk geworden: Sammy Baloji is een kunstenaar die tijdens het bedenken, het ontstaan en de realisatie van een kunstwerk voortdurend anderen in zijn productieproces betrekt en verschillende bronnen raadpleegt (fotografie, geluid, literatuur, wetenschappelijke gegevens, filosofie …). Indirect geeft hij aan dat interdisciplinariteit een manier van kijken naar de verhouding, geheugen en geschiedenis mogelijk maakt, een opening vooral naar hun complementariteit. Geschiedenis laat zich niet in gespecialiseerde vakjes stoppen. Het is een les dat we chronologisch, geografisch en ook intellectueel uit Centraal-Afrika kunnen leren, in het bijzonder wanneer we de interdisciplinaire werkwijze letterlijk en figuurlijk vanuit een Afrikaans perspectief ‘opnemen’ en als een Afrikaanse geschiedenis beschouwen.

Tales of the Copper Cross Garden gaat in 2017 op de Documenta 14 in Athene in première. Op de (oude) website is nog altijd een waanzinnig boeiende tekst in relatie tot de film van de opera- en romanschrijver Fiston Mwanza Mujila te vinden:
“(…) digging for the honor of the King
digging for the Queen
digging for the Kingdom
digging in the name of Civilization digging because one must break one’s limbs
shove one’s genealogy and the whole shebang between parentheses
and thus participate in the march of the world, of progress, of Humanity
even if it means landing empty-handed, jaws clenched, in greater history”

Jagen en verzamelen

Sammy Baloji graaft al jaren in archieven van westerse, voornamelijk etnografische musea. Zoals hij onlangs in een interview nog eens benadrukte, is hij niet geïnteresseerd in het kolonialisme als een fenomeen uit het verleden, maar in de voortzetting ervan. Hij vergelijkt bronnen en brengt ze in een hedendaagse context. Lubumbashi, de provincie Katanga, maar ook Kinshasa en in het verlengde de Democratische Republiek Congo, vormen zijn onderzoeksveld. De bodemrijkdommen van Congo zijn onlosmakelijk verbonden met de wereldomvattende economie. In 2014 schrijft de theoreticus Achille Mbembe een essay voor Baloji’s publicatie mémoire / kolwezi. Hij begint zijn tekst met een gedachte: “Het zou kunnen dat de economie – elk economisch stelsel – uiteindelijk kan worden herleid tot twee logische en technische activiteiten, namelijk jagen en verzamelen, en dat we ons daarvan, hoewel het anders lijkt, nooit echt hebben losgemaakt.”

Baloji documenteert in het boek de artisanale mijnbouw in Kolwezi, een streek geteisterd door oorlogsgeweld en waar Congolese mijngravers in grote territoriale onzekerheid in tentenkampen verblijven. Hij wordt onder meer getroffen door de Chinese posters die hij in de kampen aantreft: afbeeldingen van grote Westerse of Aziatische steden, van echte of gemonteerde landschappen. “Een utopisch verlengstuk”, noemt hij de posters en hij verwerkt ze in zijn werk, “van een toekomst die het gevolg is van de artisanale ontginning, het verlies van mensenlevens, de export van ertsen en de niet aflatende volksverhuizingen.”
Hunting & Collecting werd ook de titel van een tentoonstelling (Mu.ZEE, Oostende, 2014), een installatie op de biënnale van Lyon (2015), een publicatie (2016) en een ‘summer course’ (Salzburg, 2019). Aan de basis van de tentoonstelling ligt een gevonden fotoalbum met de herinneringen uit het begin van de twintigste eeuw van een koloniale jager, de Belgische militair Henry Pauwels. Baloji combineert de fotosouvenirs uit de streek nabij het Tanganyika-meer met foto’s van een hedendaagse reporter uit dezelfde omgeving, Chrispin Mvano, beroepsmatig ‘fixer’ voor buitenlandse reporters. Hij monteert ze tot een nieuwe collage. Daarnaast heeft hij volgens eenzelfde methodologie de museumcollectie onderzocht, en bijvoorbeeld de spotprenten van James Ensor met koloniale jachtfoto’s in een ander perspectief geplaatst. Indirect wordt het ideologische karakter van publieke collecties op de museumagenda gezet. Ook de Congo-archieven, speerpunten en koloniale boeken van een suppoost krijgen een plek, in dialoog met een bloedige communicatiecampagne over mobiele telefoons. Waar komen onze gsm’s vandaan? Uit de Kivu-streek, waar de kostbare grondstof coltan in de grond zit. Verder nodigt Baloji ook jonge kunstenaars uit om een bijdrage te leveren, onder meer Salomé Laloux-Bard, Sinzo Aanza en Georges Senga. Ze geven vanuit hun eigen invalshoek commentaar op de geopolitieke situatie in Congo en het economisch neokoloniaal imperialisme. Alles draait rond de mineralen.

Symbolen behelzen machtsrelaties. Een archief is ook een symbool. Door naar België te verhuizen heeft de kunstenaar pas toegang tot Congo-archieven gekregen. Wie controleert het beeld over Congo, zijn inwoners en geschiedenis? Welke hiërarchische denkbeelden schuilen daar tot op heden achter? Deze vragen voeden Baloji’s interesse in fotografie als medium. In een interview met MO Magazine vertelt hij: “Fotografie is voor mij al lang geen accumulatie meer van beelden die tot stand komen op het moment dat je afdrukt. Wat mij intrigeert, is de context en de dialoog die je daarmee op gang kan brengen. Daarom begint het altijd bij onderzoek, en bij dingen die fotografie net niet kan weergeven. Ik zoek naar parallellen, naar verhalen die alleen duidelijk worden bij een compositie van verschillende elementen.” Een foto is nog geen feit, een bewaard archiefdocument maar één versie van de realiteit. Wie heeft op welke manier gekeken, afgedrukt en om welke reden bewaard?

Rumba Rules

Sammy Baloji, Hunting and Collecting, Biennale de Lyon, 2015 (c) Sammy Baloji
Sammy Baloji werkt al enkele jaren aan projecten met Filip De Boeck (zie de publicatie *Suturing the City – Living together in Congo’s Urban Worlds*). In 2016 maakte hij samen met Bambi Ceuppens de tentoonstelling Congo Art Works, over populaire schilderkunst in Bozar te Brussel. De tentoonstelling reisde daarna in aangepaste vorm door naar Moskou. Daaruit ontstond een nieuwe tentoonstelling, waar ook hedendaagse kunstenaars voor werden uitgenodigd: *Congo Stars* in Graz en Tübingen. Ondertussen schrijft hij voor het MoMA een essay over het werk van Bodys Isek Kingelez en reist hij geregeld naar Lubumbashi, waar hij sinds 2008 als medeoprichter het kunstencentrum Picha Art een biënnale coördineert. De zesde editie opent eind oktober 2019 met Sandrine Colard als curator: *Généalogies Futures – Récits depuis L’Équateur*.

Er komt in 2020 een nieuwe film: Rumba Rules, een samenwerking met David N. Bernatchez en Kiripi Katembo Siku (1979-2015), waarin een muziekgroep uit Kinshasa gedurende een lange periode wordt gevolgd. De titel komt van Bob W. White’s boek Rumba Rules - The Politics of Dance Music in Mobutu’s Zaïre. Het trio volgt met verschillende camera’s een hedendaagse vijfde generatie ‘rumba’-muzikanten, hun achtergrond en de onderlinge verhoudingen, de artistieke en economische codes in de muziekgroep.

In maart 1958 worden in de Sint-Bavokerk te Kamina, een militair strategische plek met een luchthaven in Katanga (de Kolwezi-mijnsite is vlakbij), voor de eerste keer de muziekcomposities van Joachim Ngooyi uitgevoerd. Het koor, opgericht door priester Guido Haazen, draagt de naam Les Troubadours du Roi Baudouin. Een dag na de première vertrekken 45 koorzangers, muzikanten en hun begeleiders naar de wereldexpo in Brussel. Gedurende zes maanden geven ze ruim 130 opvoeringen van de Missa Luba. Platenfirma Philips maakt opnames en de langspeelplaat wordt in de jaren zestig een commercieel wereldsucces. Op de hoes staat de tekst: “A mass sung in pure Congolese style”. Het vormt het uitgangspunt van Baloji’s nieuwste project. Een Congolese stijl bestaat niet. Het is een verzinsel vanuit een welbepaald oogpunt. Hij is gefascineerd hoe de muziek als soundtrack verschijnt in meerdere langspeelfilms, van Pier Paolo Pasolini in 1964 tot en met de prominente rol van het Sanctus-oratoriumdeel in If…. van Lindsay Anderson. De subversieve filmscène symboliseert de rebellie van jongeren in 1968 tegen de gevestigde orde en tradities.

Sammy Baloji’s kunstwerken weerspiegelen een denken over meervoudige archieven. Het bewustzijn van een gedeelde geschiedenis is echter niet voldoende, geeft hij aan, andere perspectieven dienen dringend toegevoegd te worden. Missa Luba ontstaat midden jaren vijftig, in een periode van onafhankelijkheidsbewegingen, declaraties tegen het kolonialisme, de afscheuring van Europa en de eerste samenwerkingsverdragen tussen Aziatische en Afrikaanse landen. Ngooyi componeert in Kamina een oratorium zonder westerse invloeden, maar met verwijzingen naar de eeuwenoude, orale traditie en poëzie, kasàlà genoemd – waar een persoon op een publieke, collectieve manier wordt gevierd, met Kiluba-taalstructuren, lokale instrumenten, maar vooral wordt de muziek niet neergeschreven of vastgelegd. Sommige ritmes en harmonieën zijn telkens opnieuw spontane improvisaties. Het archief of document, het geheugen, kent vele verschijningsvormen. Er bestaat ook zoiets als een mentale camera.